02 juli 2018

Kat en hond – kan dat goed gaan?

Kat en hond

“Ze gedragen zich als kat en hond”: wie dit spreekwoord hoort vermoedt dat katten en honden niet vaak de beste vrienden zijn. Maar wat is er waar in de mythe dat katten en honden gezworen vijanden zijn? Waar kan het tot misverstanden leiden? Zijn er mogelijkheden om een kat en hond in hetzelfde huishouden te houden en kunnen de dieren dan gelukkig worden?

Ben je een kattenpersoon of heb je liever een hond als viervoetig familielid? Voor veel dierenvrienden is deze vraag niet zo makkelijk te beantwoorden. Zij zijn immers precies dat: dierenvrienden. En als zodanig houden ze van katten én honden. Ze houden van de onafhankelijkheid van de kat en de loyaliteit van de hond. Moet je ook kiezen tussen het houden van een kat en een hond? Het goede nieuws is: nee. De ervaring van veel dierenliefhebbers laat zien dat honden en katten goede metgezellen kunnen worden. Echter vereist dit een goede socialisatie van de dieren, alsmede een geduldige gewenningsperiode.

Een kwestie van evolutie?

Kat en hond zijn evolutionair gezien zeer ver van elkaar verwijderd: honden behoren tot de ‘Canoidea’, de hondachtigen. Tot deze groep behoren niet alleen de wolven, maar ook beren en zelfs walrussen. Deze zijn nauwer verwant met onze hond dan de kat is… Deze behoort tot de ‘Feloida’, de katachtigen. Had je verwacht dat jouw hond nauw verwant is met een walrus? Nee? Nou, dan is het ook niet verwonderlijk dat de vriendschap tussen kat en hond in eerste instantie wat hulp nodig heeft.

Waarom katten en honden zo verschillend zijn

Heb je ooit van het gezegde ‘honden hebben baasjes, katten hebben personeel’ gehoord? In feite zit er in dit citaat van Kurt Tucholsky veel waarheid. Honden begeleiden ons mensen al sinds 100.000 jaar. Destijds hielden onze voorouders, toen nog jagers en verzamelaars, wolven in hun buurt en temden ze deze wolven. Er werd gezocht naar relatief tamme, weinig agressieve wolven, deze werden met elkaar gekruisd. Het fokken van de moderne huishond is geboren – en dat zonder fokreglementen en tentoonstellingen! De viervoetige metgezellen waren altijd nuttig, ze dienden bij de jacht, als trekdier en als beschermer van huis en haard. Vandaag de dag is de hond nog veel meer, hij heeft zich opgewerkt tot een volwaardig familielid.

De mens zocht niet speficiek naar wilde katten in hun nabijheid. Integendeel, de kat trad vrijwillig toe tot de mensen – de graanschuren en pakhuizen van de mensen beloofden met zwermen muizen en ander ongedierte een waar culinair feestje voor de jagende kat! Als snel besefte men dat katten meer waren dan plagen. Ongeveer 9.500 jaren geleden begonnen ze de vierbenige jager te temmen. De gezamelijke geschiedenis van de hond en de mens overtreft die van de mens en de kat met ongeveer 90.000 jaren… Dit verandert niets aan het feit dat vandaag de dag de katten de beste vrienden van de mensen zijn. De hond hebben ze echter niet uit het huishouden van hun ‘dozenopener’ verdrongen.

Waarom sloot de hond zich gemakkelijker aan bij de mens? Waarom liet hij zich africhten, zelfs wanneer hij in eerste instantie geen rechtstreeks voordeel uit het leven met een mens haalde? Honden zijn roedeldieren. Ze leven, jagen en eten in familieverband. In tegenstelling tot katten, die ‘alleenstaande’ jagers zijn. De leeuw is de enige bekende katachtige die in een groep jaagt. Kleine katten jagen en leven voor het grootste gedeelte alleen. De reden ligt bij de prooigrootte van de kat. Een muis of vogel zijn vaak net maar één hapje. Tijdens een gezamenlijk jacht tussen met verschillende dieren zal de prooi verdeeld moeten worden – hier zou niet genoeg overblijven voor iedereen. Deze manier van leven heeft ook effect gehad op het sociale gedrag van een kat: sluit je individuele katten maar eens samen op in een gesloten ruimte of laat naburige katten elkaar ontmoeten in de tuin en er onstaat in tegenstelling tot hondenroedels geen duidelijke rangorde. Wie er wel of niet de overhand heeft is in de kattengemeenschap afhankelijk van tijd en plaats. Zijn katten individualisten? Niet noodzakelijk. Wilde katten overleefden vaak samen in losse groepen samen, de Europese Wildekat voeden daarom ook vaak hun kittens gezamenlijk op. Het leven van een huiskat onderscheidt zich daarnaast van dat van een wilde kat. Katten zijn actieve dieren die uitgedaagd willen worden. Ze zijn zeer flexibel en kunnen zich snel aanpassen aan nieuwe situaties en deze eigen maken. Het leven met de mens is daarentegen vaak eentonig en saai, vooral voor huiskatten… Hierdoor hebben veel huiskatten graag een dierlijke medebewoner!

Toch zijn het nog steeds alleenstaande jagers. Honden zoeken actief naar soortgenoten in hun buurt, of die van de mens.

De lichaamstaal van de kat en hond

Honden en katten tonen zo een verschillend sociaal gedrag. Dit heeft ook effect op hun lichaamstaal, die is gebasseerd op duizenden jaren oude instincten en gewoonten.

Wij mensen kunnen geleerd hebben dat een enthousiaste kwispeling van de hondenstaart ‘vriendelijk’ is en het onderscheiden van het geïrriteerde zwepen van een kattenstaart. Katten en honden reageren echter instinctief. ‘Vreemde talen’ leren is moeilijk voor hen. Je moet eerst ervaren dat het bij honden of katten als medebewoners om andere soorten gaat, die anders communiceren dan hun soortgenoten. Terwijl honden in staat zijn om door middel van specifieke gezichtsuitdrukkingen te communiceren, is het gezicht van een kat relatief onbeweeglijk. Katten communiceren door middel van staartbewegingen en de oren of ogen. Deze fijne signalen kunnen gemakkelijk over het hoofd worden gezien – van kat en hond! Katten miauwen overigens voornamelijk bij de communicatie met mensen, voor de communicatie tussen katten worden spraakklanken waarschijnlijk niet gebruikt.

Een hond gebruikt duidelijkere signalen die begrepen kunnen worden door een hele roedel, of door mensen. Een kat interpreteert dit vaak anders, omdat hun lichaamstaal precies tegenovergesteld werkt. Terwijl een kwispelende hondenstaart vriendelijkheid betekent, signaleert een opzwepende kattenstaart juist agressie. Datzelfde geld voor de bekende borstelstaart van de kat, die vaak gepaard gaat met een boog: een kat die de vacht op zijn staart spreidt en naar boven steekt wil groot en gevaarlijk overkomen. Hij reageert op een bedreiging. Net zo als bij de hond is staren een teken van dominantie. Katten ervaren dit als onverdraaglijk. Een toevallig knipoog geeft echter aan dat de kat je vriendelijk gezind is. Een in de omgang met katten ongetrainde hond (of mens) kan deze gebaren snel verwisselen, over het hoofd zien of negeren.

Voeg daarbij een bepaald grootteverschil: de doorsnee hond is veel groter dan de doorsnee kat. Een vriendelijk likje of een stoot met zijn poten als een motivatie voor het spel wordt snel beschouwd als een agressieve aanval door de kat.

Vriendschap stichten

Kat en hond tonen een totaal verschillende lichaamstaal. Toch kunnen beide goede huisgenoten worden, wanneer ze tijd en rust krijgen om elkaars taal te leren en correct te interpreteren. Bij de gewenning van de individuele karakters komt ook de communicatie kijken. Hier heb je vooral veel geduld voor nodig! Hoe voorzichtiger je het aanpakt, hoe groter het succes. Een haastige socialisatie leidt vaak tot fouten. De eerste indruk is ook bij dieren cruciaal en staat het negatieve beeld van de andere dieren eenmaal in het geheugen, dan is het moeilijk om nog een positief resultaat te bereiken…

Het makkelijkste is om de dieren op zeer jonge leeftijd te laten wennen. Jonge dieren hebben over het algemeen nog weinig negatieve ervaringen meegemaakt. De bekendheid over het familielid van de andere soort mag in eerste instantie zeldzaam zijn, over het algemeen staat het beeld van ‘slechte hond’ of ‘bazige kat’ nog niet vast. Oudere dieren kun je ook samen laten leven, afhankelijk van eerdere ervaringen, maar dat is moeilijker. Er zijn absoluut katten die houden van honden, of honden die katten echt geweldig vinden! Maar er zijn ook honden die regelmatig stoten van een kattenpoot gehad hebben en katten die regelmatig een blokje om zijn gejaagd door de hond. En soms zijn vooroordelen en walging ook bij individuen, die nooit praktijkervaring met andere dieren hebben gehad, stevig ingeprent.

Praktische gids

Laten we beginnen. Honden zijn vaak gemakkelijker te trainen dan katten – je moet ook als eerste vaste regels voor jouw hond opstellen. Katten zijn vrienden. Ze mogen niet opgejaagd worden – zelfs tijdens het lopen op het gras of in het voorbijgaan aan de tuin van de buren. Hoe eerder je jouw hond duidelijk hebt gemaakt dat katten zowel geen prooi als vrijanden zijn, hoe sneller deze les wordt herinnerd. Afhankelijk van hoe vriendelijk de hond katten benadert, hoe makkelijker het samenvoegen zal zijn. Jij kent jouw hond het beste, jij hebt hem opgevoed en een bepaalde manier van belonen geleerd. In ieder geval kan lof wonderen doen wanneer de hond zich correct gedraagd – het maakt niet uit of het nu met een clicker of traktaties gaat!

Katten bijbrengen dat honden vijandig noch gevaarlijk zijn is vaak moeilijk. Maar zelfs onafhankelijke katten kunnen worden opgevoed! Probeer elk contact met een hond te belonen en met iets positiefs te verbinden. Dat kan een zachte streling zijn, wanneer de kat een vreemde hond door het raam ziet, of een traktatie als de kat rustig op zijn plek blijft zitten terwijl een onbekende viervoeter langskomt.

Nu gaat het als voorbereid. Hoe beter de voorbereiding is, hoe succesvoller de socialisatie zal zijn! Bij het daadwerkelijk samenvoegen van honden en katten in huis moeten beide dieren in eerste instantie hun eigen ruimte, en de mogelijkheid, om zich terug te trekken hebben. Het eenvoudigste is meestal het scheiden in twee verschillende kamers. De eerste dagen zullen de dieren nauwelijks contact hebben. Je draagt dekens en speelgoed van kamer naar kamer, verwisselt tussendoor de slaapkussens, hierdoor geeft je de kat en de hond de mogelijkheid om te wennen aan de geur van een vreemd dier. Je kunt jouw kat bijvoorbeeld zachtjes strelen met een doek en deze later aan de hond geven.

Als het gaat om het werkelijke, persoonlijke contact tussen de dieren is het raadzaam om een tweede of derde persoon bij te hebben. Hier moet het in ieder geval gaan om mensen die vertrouwd zijn met beide dieren en waardoor ze zich niet bedreigd voelen! Meestal is de kat qua fysiek ondergeschikt aan de grotere hond. Houd de hond bij het eerste contact ook aan de riem. Afhankelijk van het temperament van de hond kun je ook een rolllijn gebruiken. De kat moet altijd de mogelijkheid hebben om zich terug te trekken. Een hoge krabpaal of een kattenbed op de kast of een boekenplank biedt een rustplaats die de meeste honden niet kunnen bereiken. Hier zal de kat zich veilig voelen. Hierdoor kan de kat het grote, blaffende gezelschap van boven aanschouwen en zich ervan verzekeren dat hij eigenlijk niet zo gevaarlijk is als het op het eerste gezicht lijkt. Zorg ervoor dat je jouw kat in geen geval in een doos opsluit, waar ze zich zeker voelt – zonder vluchtmogelijkheid voelt de kat zich angstig en bedreigd. Dat geldt natuurlijk ook voor de hond. Hij moet in geen geval het gevoel hebben dat hij concurrentie heeft van de kat. In de komende maanden moet je genoeg waarde hechten aan het feit dat de dieren elkaar genoeg ruimte moeten geven. Een kattenbak is geen plaats om hondenspeelgoed te begraven. Ook het eten van de ander zou taboe moeten zijn... Eventueel is het het gemakkelijkst om beide dieren gescheiden te voeren, zodat er geen rivaliteit voorkomt. Daarnaast moeten beide dieren genoeg tijd met je genieten. Knuffel jouw dier overtuigend – zo hebben ze niet het gevoel dat ze iets te kort komen!

Soms geldt er één stap vooruit en twee achteruit. Om eventuele problemen te voorkomen moet je beide dieren eerst alleen laten, wanneer ze aan elkaar gewend zijn en geen tekenen van agressie vertonen. Afhankelijk van het karakter en de eerdere ervaringen van het dier kan dat dagen of weken duren. Geef niet op en houd in het achterhoofd dat er geen tijdsdruk is. De dieren worden meer ontspannen naar mate jij ontspannen bent.

Maar alsnog ‘als kat en hond’

Toch: ondanks de beste voorbereiding en oneindig geduld werkt het soms niet. Zelfs bij het samenvoegen van twee honden of katten passen de karakters simpelweg soms gewoon niet bij elkaar of is er een persoonlijke afkeer. Misschien mogen jouw dieren elkaar simpelweg niet. Misschien heeft de kat niet het geduld om zich in te laten met een hond. Misschien kan jouw hond maar niet vergeten dat rennende katten zo’n groot jachtobject zijn Of misschien is een van de twee dieren gewoon jaloers. Wees eerlijk over twijfels tegen jouw dieren en jouw gezin. Mocht de samenvoeging niet hebben gewerkt, zelfs na enkele maanden of komt het tot verwondingen, is het tijd om los te laten en te zoeken naar alternatieven. Maak een persoonlijke beslissing: is de droom van een harmonieus huishouden met kat en hond realistisch of moet je het heroverwegen? Kan een gedragstherapeut helpen, heb je nog geduld om andere manieren te proberen? Dit is een persoonlijke overweging die niemand anders voor je kan nemen. We zijn er zeker van dat je de juiste beslissing maakt voor jezelf en jouw dieren!

Wij wensen je al het goede voor het samenvoegen van uw kat en hond!

Meest gelezen artikelen

Borstelneus (Antennemeerval)

Borstelneuzen – of antennemeervallen – zijn degelijke en vreedzame vissen, die erg goed met andere vissoorten uit het Amazonegebied kunnen opschieten. Natuurlijk moet er toch met het één en ander rekeningen worden gehouden, zodat de dieren ook lekker in hun schubben zitten.

Clownvis (Annemoonvis)

Hoewel deze vis ook wel bekend staat onder de naam anemoonvis, is die laatste naam eigenlijk de aanduiding van het geslacht Amphipiron. De twee soorten lijken heel erg op elkaar, maar moeten biologisch gezien uit elkaar worden gehouden: enerzijds de driebandanemoonvis (Amphiprion ocellaris), die het bekendste is, anderzijds de perculaclownvis (Amphiprion percula). De anemoonvisjes zijn van nature gevestigd in de Stille en Indische Oceaan en zijn niet met uitsterven bedreigd.

Mijten bij honden

Deze vervelende parasieten wachten op veel plaatsen op hun gastheer - de hond. Afhankelijk van de mijtensoort kunnen de symptomen en de manier van besmetting variëren. Hoewel mijten geen ziekten overbrengen zoals teken doen, kunnen ze nog steeds ernstige symptomen veroorzaken.