De voedselvoorziening van het konijn

Geschreven door Bunny Tiernahrung GmbH
De voedselvoorziening van het konijn

De voedselvoorziening van het konijn

De functie van de tanden

De stifttanden achter de bovenste snijtanden zijn vrijwel nutteloos. Maar ze zijn iets waardoor de haasachtigen, zoölogisch de Lagomorpha, van andere knaagdieren kunnen worden onderscheiden. Hier horen ook de konijnen bij.

De snijtanden zijn scherp en beitelachtig. Ze delen grotere stukken voedsel en halmen en stengels in kleinere deeltjes op. Snijtanden groeien continu door en moeten dan ook continu worden gebruikt en afgesleten – dit gebeurt idealiter door het voer in kleine stukjes te verdelen. Deze tanden vormen het begin van het verteringsstelsel en het is uitermate belangrijk dat ze door het juiste voor gezond blijven.

Verder achterin de mond- of bekholte vindt je de kiezen. Ze malen de stukken voer fijn en maken het goed vochtig met speeksel. Hierdoor kan het voedsel makkelijker ingeslikt worden. Eerste enzymen (fermenten, biokatalysatoren) komen via het speeksel bij het voer.

De slokdarm

De slokdarm is een rein transportorgaan. Vanuit de bek wordt de goed gekauwde voedselbrij verder door het verteringsstelsel geloodst.

De maag

De maag is de belangrijkste halte voor de voorbereiding op het daadwerkelijke verteringsproces. Het voer wordt met zoutzuur uit speciale cellen sterk aangezuurd. Eiwitsplitsende enzymen beginnen in dit zure milieu met de proteïneverwerking. En als signaal worden er maaghormonen (innerlijke bodestoffen) uitgescheden.

In tegenstelling tot de meeste zoogdieren is de maag van het konijn nauwelijks gespierd. Daarom kan dit orgaan de voeding niet actief transporteren. Als zogenaamde stopmaag wordt de aangezuurde en ingeweekte maaginhoud alleen doorgegeven als er van bovenaf iets extra’s binnenkomt.

Precies daarom zijn konijnen bijna altijd aan het eten. Hun maag moet altijd gevuld zijn en daarvoor moeten ze 70-80, zelfs soms 120 keer per dag kleine en mini-maaltijden tot zich nemen. Ze moeten daarom rijkelijk de beschikking hebben over kwalitatief hoogwaardige hooi, het konijn moet wanneer hij wil kunnen eten vanwege zijn stopmaag.

De twaalfvingerige darm

In de twaalfvingerige darm komt er rijkelijk weefselvloeistof en enzymen bij de voedselbrij, om in de dun vloeibare vorm de resterende verteringsstappen te doorlopen.

De alvleesklier en lever

Kort daarna komen hier ook de uitvoerbuizen van de alvleesklier en lever in uit. De lever kan de overschotten aan bloedsuiker voor korte tijd in de vorm van glycogeen opslaan, zijn andere functie is hoofdzakelijk de centrale ontgifting.

De alvleesklier reguleert het bloedsuikergehalte en levert zowel vet- als koolhydraatsplitsende enzymen.

De dunne darm

Daarna komt de voedselbrij aan in de dunne darm, waar de hoofdmoot van de vertering plaatsvindt. Via het uiterst actieve weefsel van de darmvlokken komen de voedingsstoffen uit het eten in de bloedsomloop terecht. Alleen de voedingsstoffen die in extreem kleine deeltjes zijn opgesplitst kunnen door de darmwand heen. Deze kleinste deeltjes kunnen zo in de organen van het konijn terechtkomen en aldaar gebruikt worden.

De dunne darm is de regio waar alle voedingsstoffen en werkzame stoffen die tot dan toe zijn verteerd in het lichaam worden opgenomen. Een konijnenleven kan afhangen van een optimaal dieet. In de voedselbrij zitten vanaf hier bijna alleen nog maar zogenaamde ruwe vezels, dit zijn plantaardige celwandbestanddelen uit de voeding.

De blindedarm

Op het punt waar de dunne darm overgaat in de dikke darm splitst de blindedarm zich af. Deze heet zo omdat hij, net als een steegje, ‘blind’ eindigt – het was nu ook weer een beetje onprettig om dit de ‘dode darm’ te noemen. De blindedarm is een grote gaarkamer, die door hele volksstammen aan gespecialiseerde bacteriën wordt bewoond.

Hier moet de resterende energie in plantdelen vol ruwe vezels en voedingsvezels. Daarnaast worden hier de bouwstenen van de plantencelwand (vooral druivensuiker uit cellulose) gewonnen.

Snelle en plotselinge veranderingen in de samenstelling van de voedselbrij in de blindedarm vertraagt de flora van de ‘gaarkamer’ totaal niet. Het wisselen naar andere voersoorten moet daarom (en ook vanwege eventuele storingen in de dunne darm) altijd erg langzaam en stap voor stap verlopen. Alleen dan gaat de garing in de blindedarm zonder problemen of gasvorming.

Aan het eind van dit proces wordt de zogenaamde blindarmontlasting gevormd. Dit is een eigen, zachte soort ontlasting, die duidelijk verschilt van de droge ‘afvalontlasting’ van de endeldarm. Een beschermende slijmlaag zorgt ervoor dat deze bijzondere brij snel en zonder meer ingrepen via de dikke darm direct naar de anus wordt geleid.

Van daar eet het knaagdier dit ten minste gedeeltelijk direct op, zodat het nogmaals door het complete maag-darmkanaal kan passeren. Daardoor worden er vitaminen – vooral vitaminen B – gewonnen, maar ook waardevolle eiwitten van bacteriën en veel werkzame stoffen. Bovendien zorgt het eten van de blindedarmontlasting ervoor dat het dier bezig blijft en de stopmaag weer wordt bijgevuld, mocht er een keer tijdelijk geen eten klaarstaan. Soms zal je in het strooisel de donkere, zachte, glanzende en als parels aaneengeregen balletjes blindedarmontlasting kunnen vinden.

De dikke darm

De taak van de rest van de dikke darm – na de overgang van dunne darm naar blindedarm – is vooral het opnemen van water uit de dunne, vloeibare ‘voedselbrij’, nu al grotendeels verteerd. Maar overal in de dikke darm houden zich andere bacteriën op die net al hun soortgenoten of familieleden in de blindedarm gespecialiseerd zijn in bepaalde stofwisselingsprosessen. Ze stellen de darmwandcellen korte vetzuurketens beschikbaar, die echter van hieraf niet meer in de bloedbaan terecht kunnen komen. Helemaal achterin de dikke darm wordt de ontlasting voorgevormd.

De endeldarm

De endeldarm vormt de droge balletjes uitwerpselen eindelijk goed en onttrekt ze daarbij van zoveel mogelijk resterend vocht. Soms eten chinchilla’s ook dit soort uitwerpselballetjes, maar dat is helemaal normaal.

Diarree of verstopping signaleren dat de waterregulering verstoord is door fouten in het maag-darmkanaal.

De anus

De anus is het sluit- en slotstuk van het maag-darmkanaal. De vaste uitwerpselen hiervandaan bevatten afvalstoffen die niet als vloeistoffen via de nieren als urine konden worden uitgescheiden. Daarnaast bestaat de ontlasting uit onverteerde voedselresten of eventuele individuele overschotten aan voedingsstoffen.

In de webshop van zooplus vind je allerlei producten voor konijnen, knaagdieren en andere diersoorten.

Onze meest behulpzame artikelen
De spijsvertering van cavia's is erg complex. Aandoeningen aan de spijsvertering worden meestal veroorzaakt door fouten in de voeding. Het voedseltransport in het spijsverteringsstelsel van cavia's vindt plaats door verdere voeropname, waardoor cavia's vrijwel ononderbroken eten. Het toevoegen van meer voedsel zal het vorige voedsel verschuiven. Hiervoor hebben ze vooral rauw vezelrijk voer nodig, zoals hooi, dat dus altijd beschikbaar moet zijn voor cavia's met zoet water. In dit artikel lees je alles over de voedselvoorziening van de cavia.