11 juli 2018 - Updated 16 januari 2019

Waterverversing in een aquarium

Geschreven door Michael Schober
In samenwerking met SERAGmbH
Waterverversing bij een aquarium

Vanaf het moment dat de mensheid zich tot aquariumbezitters ontwikkelde, sleept de discussie over de noodzaak van een waterwisseling in aquaria of de frequentie daarvan zich al voort.

Hoewel ze vrijwel uitgestorven zijn, geloven een aantal siervishouders nog steeds in de mythe, dat een ‘biologisch evenwicht’, zoals in de natuur, ook in hun aquaria mogelijk is. Zij rechtvaardigen hiermee hun ‘kostbare’ oude water.

Het aquarium is een kunstmatig ecosysteem, dat zichzelf niet reguleert

Theoretisch gezien zit er misschien wel wat in, maar in de praktijk ziet het er totaal anders uit. Een aquarium, hoe groot het ook is, blijft altijd een kunstmatig ecosysteem dat niet naar evolutionaire maatstaven is ontstaan of zo werkt. In de natuur heerst een constante stofwisseling: alles dat afgestorven is wordt nog verder afgebouwd en in de kleinst mogelijke basisdeeltjes ontleedt.  Hieruit ontstaat weer nieuw leven – de kringloop van het leven.

Stofwisselingsketen in het aquarium is incompleet

In het aquarium is deze stofwisselingsketen daarentegen onvolledig en daarom blijven sommige producten automatisch onverwerkt. Ze blijven dus ‘over’ en hopen zich na verloop van tijd op tot gestaag stijgende concentraties. Op een gegeven moment komt het dan zo ver, dat zelfs de flexibelste siervis er genoeg van heeft en (“Waarom dan, hij zag er toch nog zo gezond uit?”) in stilte afscheid van het leven neemt.

Gedeeltelijke waterverversing

Maar zover zou het niet moeten en mogen komen!  Het juiste wapen tegen vervuild water en de goede strategie voor “schoon” water is regelmatige waterverversing. Hoe vaak en hoe veel water er nu ververst moet worden, hangt ten eerste van aquariuminhoud en bevolkingsdichtheid af.

Vuistregel

Voor de frequentie kan in principe aangehouden worden: Hoe kleiner het aquarium is en hoe meer vissen er in leven, hoe vaker een deel van het oude water ververst moet worden. De hoeveelheid water die daarbij ververst moet worden is normaliter 30%, dus ongeveer een derde van de inhoud. Zo veel, iedere 14 dagen ververst, is een goede doorsneewaarde, waarbij ook beginners weinig fout kunnen doen. Behalve misschien te weinig verversen.

Zo verversen aquariumbezitters die bijv. cichliden uit het Malawimeer houden, wekelijks tot wel 50% van het water, omdat hun aquaria meestal ook nog dichtbevolkt zijn.

Methode

De daadwerkelijke methode hangt ook nog van de grootte af, maar wordt toch meestal met een slang verricht. Sommigen voeren het water met de slang in een emmer af en lopen dragen die dan op en neer, anderen leggen de slang bij een (lagergelegen!) afvoer met een friswateraansluiting in de buurt.

Een kleine markering op het glas kan je er enorm bij helpen, iedere keer evenveel water te verversen. De temperatuur van het verse water moet overeenstemmen met die van het aquarium, of hoogstens licht daaronder liggen.

Meest gelezen artikelen

Borstelneus (Antennemeerval)

Borstelneuzen – of antennemeervallen – zijn degelijke en vreedzame vissen, die erg goed met andere vissoorten uit het Amazonegebied kunnen opschieten. Natuurlijk moet er toch met het één en ander rekeningen worden gehouden, zodat de dieren ook lekker in hun schubben zitten.

Clownvis (Annemoonvis)

Hoewel deze vis ook wel bekend staat onder de naam anemoonvis, is die laatste naam eigenlijk de aanduiding van het geslacht Amphipiron. De twee soorten lijken heel erg op elkaar, maar moeten biologisch gezien uit elkaar worden gehouden: enerzijds de driebandanemoonvis (Amphiprion ocellaris), die het bekendste is, anderzijds de perculaclownvis (Amphiprion percula). De anemoonvisjes zijn van nature gevestigd in de Stille en Indische Oceaan en zijn niet met uitsterven bedreigd.

Mijten bij honden

Deze vervelende parasieten wachten op veel plaatsen op hun gastheer - de hond. Afhankelijk van de mijtensoort kunnen de symptomen en de manier van besmetting variëren. Hoewel mijten geen ziekten overbrengen zoals teken doen, kunnen ze nog steeds ernstige symptomen veroorzaken.