16 juli 2018

Prachtvinken

Geschreven door Didi Thormann
In samenwerking met UlmerVerlag
Prachtvinken

De juiste manier om prachtvinken te houden

De sociale vogels voelen zich het meest op hun gemak in een kleine groep en met veel bewegingsruimte.

Het juiste onderkomen

Vaak worden de 130 verschillende soorten die tot de groep prachtvinken behoren in te kleine kooien gehouden, omdat hun eigenaar denkt dat het kleine vogeltje maar weinig plaats nodig heeft. Bij soorten die graag bewegen zoals bijvoorbeeld de Neochmia uit Australië is dit echter niet het geval. Voor hun is een kamervolière, die is uitgerust met potplanten, het meest geschikt. In de zomer zijn ze blij met een buiten volière met struikjes. Dit zijn overwegend kooien die helemaal uit metaal bestaan met een aparte onderkant die men eruit kan trekken. De grond wordt bedekt met normaal verkrijgbaar vogelzand. In het ideaalgeval kan men het eet- en drinkbakje van buitenaf vullen. Ronde kooien zijn ongeschikt. De grootte is veel belangrijker. De kooi moet minstens 100 x 40 x 70 cm zijn. Een kamervolière, waarin de vogels naar hartenlust kunnen rondvliegen past echter het beste bij deze soort.

De voeding van prachtvinken

Omdat niet bekend is hoeveel eiwitten, vitaminen, koolhydraten, vetten en mineralen prachtvinken nodig hebben, is het noodzakelijk om je een breed voedingsadvies te geven, zodat je genoeg keuze hebt. Voor de meeste soorten worden diverse gierstsoorten aangeraden. Omdat de vogels zich in de natuur voeden met graszaden, zou dit een goed alternatief moeten zijn. Een ander bestanddeel van het voedsel is een grassoort die kanariegras genoemd wordt. Deze zaden bevatten veel olie en nogen alleen in kleine porties gegeven worden. In de warme zomermaanden kan men het voedsel aanvullen (onbespoten!) met paardenbloemen, weegbree, weidegras en zuring. Takken met bladluizen erop zijn een prima afwisseling en worden onmiddellijk opgegeten. Tot slot moet er ook zachtvoer aangeboden worden, dat bestaat uit eierbiscuit, wat poedermelk en gekookt ei.

Noodzakelijke verzorging

Door ruwe natuurlijke takken is het vaak niet nodig om de klauwen te knippen. Bij sommige soorten moet men echter een handje helpen. Gebruik hiervoor eerst een scherp nagelknippertje en aansluitend een nagelvijl. Het is van groot belang om te letten op de bloedvaten, die door twee derde van de klauwen lopen. Als er toch een keer een ongelukje gebeurt, zet de vogel dan onmiddelijk terug in zijn kooi en geef hem rust. Normaliter gaat een kleine wond vanzelf dicht. Uit voorzorg kun je ook bij de dierenarts bloedstelpende watten krijgen. Alleen eten en drinken geven is niet genoeg! Voor de vogels is een schone omgeving van belang. Het gaat in eerste instantie om bodembedekking van de kooi, die elke week ververst moet worden. Vieze takken moeten worden schoongemaakt of vervangen worden. Ook het badhuisje is alleen leuk als het water vers is. Hetzelfde geldt voor drinkwater. Leidingwater is meestal voldoende. Het dagelijkse voedsel wordt in het ideaalgeval in verschillende bakjes aangeboden, zodat ze altijd dat kunnen eten wat ze graag willen.

Meest gelezen artikelen

Borstelneus (Antennemeerval)

Borstelneuzen – of antennemeervallen – zijn degelijke en vreedzame vissen, die erg goed met andere vissoorten uit het Amazonegebied kunnen opschieten. Natuurlijk moet er toch met het één en ander rekeningen worden gehouden, zodat de dieren ook lekker in hun schubben zitten.

Loopsheid van het teefje

Ondanks het feit dat loopsheid van het teefje een heel normaal natuurlijk verschijnsel is, maken veel hondenbezitters zich zorgen over het vreemde gedrag van het teefje, ergeren ze zich aan vlekken op het nieuwe tapijt en vrezen ze voor een ongewenste zwangerschap. Hier ervaar je wat je over de loopsheid van jouw hond zou moeten weten en hoe je de periode waarin de hond loops is zonder stress kunt doorstaan.

Blaffende honden kalmeren

„Blaffende honden bijten niet!“ Het spreekwoord klinkt troostend, maar honden die alsmaar blaffen werken niet alleen op de zenuwen, maar storen ook de buren. Maar waarom blaffen honden eigenlijk? En kan men dit ook afleren?