30 januari 2019

De voedselvoorziening van de cavia

De voedselvoorziening van de cavia

Spijsvertering van de cavia

De spijsvertering van cavia's is erg complex. Aandoeningen aan de spijsvertering worden meestal veroorzaakt door fouten in de voeding. Het voedseltransport in het spijsverteringsstelsel van cavia's vindt plaats door verdere voeropname, waardoor cavia's vrijwel ononderbroken eten. Het toevoegen van meer voedsel zal het vorige voedsel verschuiven. Hiervoor hebben ze vooral rauw vezelrijk voer nodig, zoals hooi, dat dus altijd beschikbaar moet zijn voor cavia's met zoet water.

De tanden

Snijtanden

De snijtanden zijn scherp en beitelachtig. Ze delen grotere stukken voedsel en halmen en stengels in kleinere deeltjes op. Snijtanden groeien continu door en moeten dan ook continu worden gebruikt en afgesleten. Idealiter gebeurt dit door het afbijten en verkleinen van goed hooi en hard kant-en-klaarvoer met vaste structuur.

De snijtanden liggen voor in de bek middenin, twee in de bovenkaak en twee in de onderkaak. Het is erg belangrijk om ze gezond te houden door ze op de juiste manier te voeren. Ook als je met de cavia’s wilt gaan fokken moet er erg goed gelet worden op de juiste tandgezondheid, zodat hun nageslacht eventuele scheve tanden niet erven.

Kiezen

Verder achterin de bek zitten de kiezen. Deze groeien blijven ook continu doorgroeien. Aan iedere kant zit een voorkies en drie achterkiezen. Deze verpletteren en vermalen de afgebeten stukken voer.

Tussen de kiezen wordt het voer ook goed met speeksel bevochtigd en zo glijvaardig gemaakt. De vloeistof daarvoor komt uit de speekselklieren. Eerste enzymen uit het speeksel, ook wel fermenten, zijn echte bio-katalysatoren en beginnen de voorvertering.

De slokdarm

De slokdarm is puur een transportorgaan. Vanuit de bek komt het goed doorkauwde voer in de rest van het verteringskanaal. Goed doorkauwde voedselbrij heet chymus en hierop moet de rest van de vertering uitgevoerd worden. Via het keelgat en de slokdarm worden natuurlijk ook drinkwater verdergeleid.

De maag

In de maag begint de voorbereiding op de uiteindelijke vertering en worden de eerste bestanddelen van de ingrediënten afgesplitst. Het voer wordt aangezuurd met zoutzuur uit speciale cellen. Enzymen die eiwitten uit elkaar halen beginnen in dit zure milieu met de verwerking van proteïnen. En maaghormonen worden als signaal uitgescheden. Alle hormonen zijn lijftinerne bodestoffen en worden via de bloedbaan over het hele lichaam verspreid.

De spieren om de maag zorgt ervoor dat de maaginhoud goed doorgemengd is en leegt de maag uiteindelijk ook. Daarmee wordt specifiek het overgeven van de voedselbrij aan de rest van het verteringskanaal bedoeld, dat gebeurt door de ringspier die de maag afsluit, ook wel de ‘maagportier’.

De twaalfvingerige darm

In de twaalfvingerige darm komt er rijkelijk weefselvloeistof en enzymen bij de voedselbrij, om in de dun vloeibare vorm de resterende verteringsstappen te doorlopen.

De alvleesklier en lever

Een aantal centimeter verderop monden hier ook de uitvoerbuizen van de alvleesklier en lever in uit. De lever kan de overschotten aan bloedsuiker voor korte tijd in de vorm van glycogeen opslaan, zijn andere functie is hoofdzakelijk de centrale ontgifting. Verder komt de galvloeistof hiervandaan, die de verteringssappen ‘afbuffert’ en het zure milieu in een alkalisch/basisch milieu verandert.

Let op! Bij de meeste gewervelde dieren wordt hier ook de absoluut essentiële vitamine C vervaardigd, de leverstofwisseling produceert het uit tussenproducten die uit het eten zijn opgenomen. Let dus goed op bij het kopen van voer, want cavia’s kunnen dit juist niet (net als mensen en mensapen). Ze moeten de vitamine C direct als compleet product door hun voer binnenkrijgen.

De alvleesklier reguleert het bloedsuikergehalte en levert zowel vet- als koolhydraatsplitsende enzymen.

De dunne darm

Daarna komt de voedselbrij aan in de dunne darm, waar de hoofdmoot van de vertering plaatsvindt. Via het uiterst actieve weefsel van de darmvlokken komen de voedingsstoffen uit het eten in de bloedsomloop terecht. Alleen de voedingsstoffen die in extreem kleine deeltjes zijn opgesplitst kunnen door de darmwand heen. Deze kleinste deeltjes kunnen zo in de organen van de cavia terechtkomen en aldaar gebruikt worden.

De dunne darm is de regio waar alle voedingsstoffen en werkzame stoffen die tot dan toe zijn verteerd in het lichaam worden opgenomen. Een cavialeven kan afhangen van een optimaal dieet. In de voedselbrij zitten vanaf hier bijna alleen nog maar zogenaamde ruwe vezels, dit zijn plantaardige celwandbestanddelen uit de voeding.

De blindedarm

Op het punt waar de dunne darm overgaat in de dikke darm splitst de blindedarm zich af. Deze heet zo omdat hij, net als een steegje, ‘blind’ eindigt – het was nu ook weer een beetje onprettig om dit de ‘dode darm’ te noemen. De blindedarm is een grote gaarkamer, die door hele volksstammen aan gespecialiseerde bacteriën wordt bewoond.

Hier moet de resterende energie in plantdelen vol ruwe vezels en voedingsvezels. Daarnaast worden hier de bouwstenen van de plantencelwand (vooral druivensuiker uit cellulose) gewonnen. Snelle en plotstelinge veranderingen in de samenstelling van de voedselbrij in de blindedarm vertraagt de flora van de ‘gaarkamer’ totaal niet. Het wisselen naar andere voersoorten moet daarom (en ook vanwege eventuele storingen in de dunne darm) altijd erg langzaam en stap voor stap verlopen. Alleen dan gaat de garing in de blindearm zonder problemen of gasvorming.

De dikke darm

Na dit proces wordt de zogenaamde blindedarmontlasting gevormd. In de daaropvolgende dikke darm wordt geleidelijk de zachte ontlasting van de dikke darm geproduceerd. Deze twee samen leveren een eigen, zachte vorm van ontlasting op, die wezenlijk verschilt van de droge ontlasting van de endeldarm.

Een beschermde slijmlaag zorgt ervoor dat dit speciale materiaal snel direct naar de anus kan worden geleid. Van daar eet het knaagdier dit ten minste gedeeltelijk direct op, zodat het nogmaals door het complete maag-darmkanaal kan passeren. Daardoor worden er vitaminen – vooral vitaminen B – gewonnen, maar ook waardevolle eiwitten van bacteriën en veel werkzame stoffen.

De rest van de dikke darm

De taak van de rest van de dikke darm – na de overgang van dunne darm naar blindedarm – is vooral het opnemen van water uit de dunne, vloeibare voedsel ’brij’, nu al grotendeels verteerd.

Maar overal in de dikke darm houden zich andere bacteriën op die net al hun soortgenoten of familieleden in de blindedarm gespecialiseerd zijn in bepaalde stofwisselingsprosessen. Ze stellen de darmwandcellen korte vetzuurketens beschikbaar, die echter van hieraf niet meer in de bloedbaan terecht kunnen komen. Helemaal achterin de dikke darm wordt de ontlasting voorgevormd.

De endeldarm

De endeldarm vormt de droge balletjes uitwerpselen eindelijk goed en onttrekt ze daarbij van zoveel mogelijk resterend vocht. Soms eten cavia’s ook dit soort uitwerpselballetjes, maar dat is helemaal normaal.

Diarree of verstopping signaleren dat de waterregulering verstoord is door fouten in het maag-darmkanaal.

De anus

De anus is het sluit- en slotstuk van het maag-darmkanaal. De vaste uitwerpselen hiervandaan bevatten afvalstoffen die niet als vloeistoffen via de nieren als urine konden worden uitgescheiden. Daarnaast bestaat de ontlasting uit onverteerde voedselresten of eventuele individuele overschotten aan voedingsstoffen.

Naast alle producten voor knaagdieren & co, vind je ook producten zoals speciaal ontwikkeld voer voor cavia's en kooien in de zooplus-shop.

Meest gelezen artikelen

Wanneer konijnen kou vatten

Als konijnen verkouden worden, kan de oorzaak bij verschillende aandoeningen liggen. En een aantal ziekten beginnen heel onschuldig met symptomen die op verkoudheid lijken, alleen om later met ernstige complicaties te eindigen. Maar ook ingeademde stofdeeltjes als strooisel, grit of voerresten kunnen een luchtweginfectie veroorzaken.

De voedselvoorziening van het konijn

De stifttanden achter de bovenste snijtanden zijn vrijwel nutteloos. Maar ze zijn iets waardoor de haasachtigen, zoölogisch de Lagomorpha, van andere knaagdieren kunnen worden onderscheiden. Hier horen ook de konijnen bij. De snijtanden zijn scherp en beitelachtig. Ze delen grotere stukken voedsel en halmen en stengels in kleinere deeltjes op. Snijtanden groeien continu door en moeten dan ook continu worden gebruikt en afgesleten – dit gebeurt idealiter door het voer in kleine stukjes te verdelen. Deze tanden vormen het begin van het verteringsstelsel en het is uitermate belangrijk dat ze door het juiste voor gezond blijven. Verder achterin de mond- of bekholte vindt je de kiezen. Ze malen de stukken voer fijn en maken het goed vochtig met speeksel. Hierdoor kan het voedsel makkelijker ingeslikt worden. Eerste enzymen (fermenten, biokatalysatoren) komen via het speeksel bij het voer.

Haaruitval bij de chinchilla

De vacht van een chinchilla is extreem zijdeachtig en dicht, omdat er tot wel 60 haren uit één haarwortel groeien. Haaruitval of haarbreuk, of dit nu door vachtwissel, door stress of door het houden in ongeschikte omstandigheden wordt veroorzaakt, kan er zomaar toe leiden dat jouw hele interieur of jouw eigen kleding met een nieuw laagje chinchillabont wordt voorzien.