Maanvis

maanvis

Maanvis

Zijn pijlachtige straalvinnen en zijn schitterende schubben verheffen de maanvis (Pterrophyllum scalare) tot de absolute ster van het aquarium. In tegenstelling tot zijn hemellichaamachtige naam en uiterlijk is deze tropische vis afkomstig uit het Amazonegebied en is gewoon een lid van de wereldlijke chichliden. Iedereen die een verwarmd aquarium bezit kan deze diertjes in principe perfect in zijn huis houden.

Tropische vis van pythagorische proporties

Het eerste deel van de Latijnse benaming duidt op de vorm van deze vis. ‘Pterophyllum’ (letterlijk: vin + blad) verwijst waarschijnlijk naar de driehoekige rugvin, die met wat fantasie aan een blad doet denken. Zijn lange vinstralen strekken zich ver van het lichaam uit en samen met het spitse snuitje ziet het visje eruit als een driehoek of pijlpunt. Aan zijn staart heeft de vis nog een kortere vin die door de maanvis horizontaal te bewegen is. De schubben van deze vis schitteren in de meest uiteenlopende kleuren. Opvallend zijn verder de kenmerkende vier dwarsstrepen, meestal in zwart. Het tweede deel van zijn Latijnse naam, ‘scalare’, zou hiernaar kunnen verwijzen: dit is het Latijnse woord voor ‘ladder’. Er zijn echter ook soorten en individuele exemplaren bij die deze banden volledig ontbreken. Een van deze strepen bevindt zich rond de ogen, de achterste kleurt ook de staartvin gedeeltelijk. Maanvissen worden gemiddeld vijftien centimeter lang en kunnen tot wel 25 centimeter hoog worden.

De verschillende soorten

Maanvissen horen bij de familie van de Cichlidae en kunnen in drie groepen worden opgedeeld. In het wild komen vooral de gewone maanvis (Pterophyllum scalare), de Pterophyllum leopoldi en de hoge maanvis (Pterophyllum leopoldi) voor. Deze soorten verschillen onderling vooral in hun hoogte. Daarnaast is er een breed scala aan kweeksoorten, waarbij uitgebreid met de kleuring wordt en is geëxperimenteerd. Gekweekte maanvissen zijn onder andere in halfzwarte tinten, in gesluierde, gouden en marmeren patronen verkrijgbaar. Onverminderd populair zijn ook de blauwe en paarse diertjes, visjes met ‘diamantinleg’ en de ‘spookmaanvis’, waarbij de strepen vervormd zijn tot donkere vlekken en het lijfje duidelijk ronder is.

Glinsterend visje uit de Amazone: de maanvis en zijn thuis

De natuurwetenschap en daarmee de beschaafde wereld maakten voor het eerst kennis met de maanvis in 1823, toen deze door onderzoekers annex ontdekkers in het Amazonegebied werd beschreven. Hier bevolken ze niet alleen de machtige stroom zelf, maar ook veel van de zijrivieren, o.a. de Rio Tocantins, de Rio Ucayali, de Rio Negro en de Rio Madeira. Totaal vrij van nationalistische gedachtes zijn de diertjes zowel in Brazilië als in de rivieren van Guyana, Frans-Guyana en Peru te vinden. In Peru zijn ze vooral in de Solimões-rivier te vinden. Zoals wel al af te leiden is aan het verspreidingsgebied van deze visjes, houden ze het meest van heet, tropisch zoet water, en dan vooral de rustigere regenwoudrivieren en houden zich dan weer vooral in aangeslibd land en in de buurt van de oevers op. De wat donkerdere rivierbeddingen zijn een fantastische leefomgeving voor de vissen, wat onder andere ook goed is om na te bootsen in jouw aquarium.

Zo ziet het dieet van een maanvis eruit

In het wild krijgen maanvissen hun voedingsstoffen vooral van weekdieren, larven, insecten en kleinere vissen. Op de laatste jagen ze actief, waarom wij je ook sterk aanraden om later in het aquarium levend voer te geven. Levend voer staat in principe logischer op het menu van dit visje dan muggenlarven, artemia en schaaldiertjes. Bij wilde dieren kan het soms nog wat moeilijkheden opleveren als je ze vlokkenvoer wilt geven. Een alternatief is eendenkroos of algen, die maanvissen ook consumeren. Het beste advies krijgt je echter in een dierenspeciaalzaak. Hier is het erg belangrijk dat je kwalitatief hoogstaande producten koopt, omdat goedkoop droogvoer bijvoorbeeld vaak stoffen bevat die de maanvissen met hun kleine verteringsstelsteltje maar moeilijk kunnen verteren. Ondervoeding, stress en ziekten kunnen hierop volgen. Het is buitengewoon belangrijk dat de diertjes genoeg eiwitten en vet binnenkrijgen. Als deze worden uitgescheiden zonder dat ze verteerd zijn, kan de bacteriënhuishouding in het aquarium omslaan en kan het habitat zich daaropvolgend in een voor de Pterophyllum gevaarlijke richting ontwikkelen.

Hier moet je bij het houden rekening mee houden

Vanwege de imposante hoogte die volwassen maanvissen kunnen bereiken is een aquarium van passende grootte nodig. Dit moet op zijn minst 150 x 60 x 60 cm groot zijn en dus altijd de dubbele lichaamslengte meten. Qua volume is een aquarium aan te bevelen waar 200 liter of meer in past. Hoe meer maanvissen je in één aquarium wilt gaan houden, hoe meer ruimte je natuurlijk nodig hebt. Al vanaf drie maanvissen moet je aquarium richting de 300 liter bevatten.
Nadat je dit hebt gekocht, kun je jezelf aan het inrichten van de bak wijden. Wij raden je aan om een losse bodem met relatief fijn granulaat of zand te gebruiken. Belangrijk is het hier om te voorkomen dat de vissen per ongeluk grotere korreltjes inslikken en hierdoor hun darmen verstopt zouden raken. Planten zijn vooral belangrijk omdat de maanvis zich in zijn land van herkomst ook graag in het onderwater-struikgewas van de Amazonebodem ophoudt en daar op jacht gaat. Vallisneria en verschillende houten objecten kunnen verticaal ingezet worden. Hier zit het diertje lekker in zijn schubben en kan het zich lekker in terugtrekken. Ook zijn holletjes en grote stenen met allerlei hoekjes en gaatjes goede verstopplaatsen. Dit komt ook het paargedrag ten goede. Wie maanvissen wil kweken, heeft precies deze ‘onzichtbare’ hoek nodig, waar de eieren veilig kunnen worden gelegd. Zodra de larven uit het ei zijn gekomen, kunnen de maanvissen echter erg agressief worden en territoriaal gedrag vertonen tegenover andere maanvissen en andere vreemde vissen.
Omdat het hier om een tropische vis gaat, moeten de juiste temperaturen uit zijn thuisland zo goed mogelijk worden gereconstrueerd. Deze liggen bij minimaal 22°C en maximaal 32°C. Stabiele temperaturen van zo’n 26°C zijn ideaal. Zodra de thermometer onder 20°C uitkomt, worden de maanvissen nerveus en kunnen er ziekten optreden. Qua pH-waarde zit je goed met ongeveer 6 tot 7. Alles boven zeven is gevaarlijk voor maanvissen. Op basis van de ammoniakwaarden, die dan hoger liggen, ontstaan stapsgewijs vergiftigingen waar de diertjes zich nauwelijks van kunnen herstellen. Idealiter wordt het water regelmatig met de juiste meetinstrumenten getest, om het habitat nauwlettend in de gaten te kunnen houden. De waterhardheid moet rond de 6 liggen, de carbonaathardheid bij de 4. Optimaal voor de filtering zouden turffilters zijn, die het water schoon en de bacteriënhuishouding stabiel houden. Bovendien kan er nog een pompinstallatie worden ingebouwd.

Buiten de paartijd zijn deze siervissen relatief vredelievend en kunnen ze goed met soortgenoten opschieten. Juist voor jonge dieren is het goed om ze in groepen van tot acht stuks te houden. Ook als de visjes elkaar al goed kennen, kan er wat territoriaal gedrag optreden. Dat maakt verstopplekken extra belangrijk. Een radius van ongeveer 50 centimeter is de typische grootte van een territorium tijdens de paarvorming. Als er al een paartje gevormd is, kunnen de beide visjes proberen om andere maanvissen in dit gebied te bijten en te verjagen, wat in de meeste kleinere aquaria meestal dodelijke gevolgen heeft.

Vissen waar je het maanvissenaquarium mee wilt bijvullen mogen absoluut niet te klein zijn. Visjes die niet groot genoeg zijn worden door de jagende Pterophyllum namelijk gewoon als voer gezien. Aanbevolen zijn daarom grotere diertjes zoals de roze tetra (Hyphessobrycon bentosi), de bloedvlektetra (Hyphessobrycon erythrostigma) en de Hyphessobrycon columbianus. Middelgrote harnas- en pantermeervallen kunnen eveneens samenleven met maanvissen. Deze mogen echter absoluut niet te groot zijn, omdat ze anders ’s nachts maanvissen opzuigen die aan het oppervlak zwemmen. Andere gezelschapsdiertjes voor de maanvis zijn de Afrikaanse rugzwemmer, de blauwe neon, barbelen en het antennebaarsje.

Kerngezonde vissen: deze ziekten brengen dat in gevaar

Vissen van het Pterophyllum-geslacht zijn relatief robuuste diertjes die echter erg gevoelig kunnen zijn voor chemische en biologische veranderingen in het water. Als de maanvissen onder optimale omstandigheden houdt, kunnen de diertjes tussen de tien en twaalf jaar oud worden. Het gevaarlijkst zijn flagellata, ook wel zweepdiertjes. Deze maken het het darmkanaal flink moeilijk en zorgen eerst voor ondervoeding, later beschadigen ze ook de darmwand. Het komt voornamelijk tot een grootschalige infectie als het immuunsysteem verzwakt is door te veel stress. In principe bewoont een laag aantal zweepdiertjes de vissenlichamen al, maar ze vermeerderen zich pas sterk als het immuunsysteem niet weerbaar genoeg meer is. Ziekte is vooral te herkennen aan het feit dat vissen wit slijm afscheiden – dit zijn de resten van de darmwand. Hier moet er onmiddellijk worden gehandeld: geïnfecteerde vissen moeten in een quarantaineaquarium worden gezet dat met extra warm water van rond 35°C is gevuld. Hierdoor worden de infectieveroorzakers gedood. Speciale medicatie zoals metronidazol zijn ook nodig. Per liter moet je voor twee dagen één gram geven.

Daarnaast zijn maanvissen vatbaar voor vistuberculose en witte stip. De laatste is – zoals de naam al verraadt – aan witte vlekken op de huid te herkennen. Ook vin- en bekrot en buikwaterzucht kunnen problemen opleveren. Draaiziekte heeft een schimmelinfectie als oorzaak en tast via de bloedsomloop meerdere organen als de lever en nieren tegelijkertijd. De vis stopt met eten en verliest zijn evenwicht. Later ontstaan er gezwellen op de huid. Aangezien draaiziekte extreem besmettelijk is, moeten geïnfecteerde dieren absoluut en zorgvuldig worden afgezonderd.

In goed onderhouden aquaria komen lint- en draadwormen minder vaak voor. Deze parasieten leven voornamelijk in de maag, lever en spierweefsel. Bloedarmoede en vermagering zijn meestal het gevolg. Tegen wormen zijn er speciale medicijnen, die bij de dierenspeciaalzaak of dierenarts kunnen worden gehaald. Een andere soort parasieten is veel gevaarlijker – de zogenaamde apicomplexa. Deze veroorzaken bij maanvissen de builenziekte en laten opgezwollen cystes bij de kieuwen ontstaan. Bijzonder vatbaar hiervoor zijn jongere maanvissen, vooral als ze nog geen jaar oud zijn. De Pterophylla maken dan veel draaibewegingen en maken een totaal gedesoriënteerde indruk. Helaas kunnen deze parasieten niet met medicatie worden bestreden, wat de eeuwenoude uitspraak ‘voorkomen is beter dan genezen’ extra belangrijk maak – wees op je hoede en houd het aquarium vooral goed schoon! Let er vooral op dat er niet per ongeluk geïnfecteerde dieren bij een bestaande (gezonde) populatie wordt gezet.

Waar je maanvissen kunt kopen

De eerste (en beste) locatie om maanvissen te kopen is natuurlijk de dierspeciaalzaak of een ervaren kweker. Hier worden in principe kweekexemplaren, maar soms ook wildvangst verkocht. Je kunt hier diepgaande informatie en uitgebreide aanbevelingen krijgen over wat voor aquarium optimaal is. Natuurlijk bieden ook veel kwekers hun dieren online aan. Probeer er hier goed op te letten dat je zakendoet met een betrouwbare diervriendelijke kweker. Houd er daarnaast rekening mee dat vervoer per post extra stress kan opleveren voor de visjes.

Onze meest behulpzame artikelen

Axolotl

Sinds een paar jaar geleden is de Mexicaanse salamandersoort Axolotl een regelrechte trend. De vriendelijke blik op zijn gezicht en de opvallende kleuren maken het dier tot een echte blikvanger in ieder huis. Hoewel de axolotl als erg exotisch wordt gezien,  is het diertje relatief makkelijk te verzorgen. In dit artikel kun je alles over deze vissensoort leren.

De kogelvis

De familie van de kogelvissen (Tetraodontidae = viertandige) bestaat uit 25 onderfamilies met in totaal zo’n 200 soorten. Met een grootte van net twee centimeter is de dwergkogelvis (Carinotetraodon travancoricus) het kleinste lid van de familie. De reuzenkogelvis is – zoals de naam waarschijnlijk al verraadt – beduidend groter: deze kan een doorsnede van wel 1,20 meter hebben. Kogelvissen zijn vertegenwoordigers van de hoogontwikkelde beenvissen. In dit artikel lees je alles over de kogelvis.

Clownvis (Annemoonvis)

De clownvis, hoewel deze vis ook wel bekend staat onder de naam anemoonvis, is die laatste naam eigenlijk de aanduiding van het geslacht Amphipiron. De twee soorten lijken heel erg op elkaar, maar moeten biologisch gezien uit elkaar worden gehouden: enerzijds de driebandanemoonvis (Amphiprion ocellaris), die het bekendste is, anderzijds de perculaclownvis (Amphiprion percula). De anemoonvisjes zijn van nature gevestigd in de Stille en Indische Oceaan en zijn niet met uitsterven bedreigd.