Diabetes bij de hond This article is verified by a vet

Diabetes bij de hond

Diabetes bij de hond

Diabetes (suikerziekte) is de meest voorkomende hormonale stofwisselingsziekte bij honden en gaat vaak gepaard met meer drinken en vaker naar de wc moeten. Vooral teefjes en rassen, zoals de Samojeed of Dwergschnauzer, hebben een hoger risico om diabetes te krijgen. De ziekte is op te delen in diabetes mellitus en diabetes insipidus, waarbij een onderscheid gemaakt wordt bij het ontstaan van de ziekte.

 Ontdek ons aanbod van diabetes hondenvoer

Oorzaken van diabetes mellitus

Diabetes mellitus is met afstand de meest voorkomende vorm. Het is een complex syndroom dat ontstaat door een verhoogde bloedsuikerspiegel als gevolg van een insulinetekort. De alvleesklier (pancreas) is opgedeeld in een endocrien en exocrien deel. Het endocriene gedeelte bestaat uit bètacellen, dat het anabole hormoon insuline bindt. Als insuline in het bloed wordt verspreid, zorgt dat voor opname van suiker in de cellen en dan wordt glycogeen aangemaakt. Als de concentratie tot een bepaalde waarde gestegen is, dan wordt de vorming van suiker (gluconeogenese) en de van glycogeen wordt afgebroken tot suiker (glycolyse). Tegelijkertijd zorgt het anabole hormoon voor eiwit- en vetopbouw.

De oorzaken van diabetes mellitus lopen uiteen. Daarom wordt deze vorm van de ziekte diabetes in 4 vormen ingedeeld.

  • Type 1 (juveniele diabetes mellitus) = absoluut insulinetekort: het lichaam bouwt beschermingseiwitten (antilichamen) tegen de eigen cellen van de alvleesklier. Daardoor wordt er minder of geen insuline meer geproduceerd. De suiker wordt niet meer opgenomen in de cellen en blijft in de bloedbaan. Dit type komt bij honden het vaakst voor.
  • Type 2 (diabetes mellitus type 2) = relatief insulinetekort: De oorzaak is functieverlies van bètacellen of een insulineresistentie. Dat laatste houdt in dat er wel genoeg insuline wordt aangemaakt, maar deze geen werking op de stofwisseling meer uitoefent. Dit type komt voornamelijk bij katten voor.
  • Secundaire diabetes mellitus: dit type wordt veroorzaakt door verschillende onderliggende ziektes, zoals overactieve bijnieren (morbus cushing) of toediening van glucocorticoïden (cortison), die kunnen leiden tot insulineresistentie. Andere oorzaken zijn alvleesklierontstekingen (pancreatitis), overgewicht en infecties.
  • Zwangerschapsdiabetes (diabetes gravidarum): hierbij spelen zwangerschapshormonen, zoals progesteron, een grote rol, omdat ze leiden tot een stijging van de bloedsuikerspiegel.

Oorzaken van diabetes insipidus

In tegenstelling tot diabetes mellitus komt diabetes insipidus minder voor. De oorzaken worden opgedeeld in centrale en renale (Lat.: ren = nieren) diabetes insipidus. Beide vormen kunnen aangeboren zijn of secundair door andere ziektes of traumata ontstaan, waarbij het antiduretisch hormoon (ADH) een centrale rol heeft. Het wordt aangemaakt in de hypothalamus (deel van de tussenhersenen) en heeft normaalgesproken de taak water uit ongeconcentreerde urine terug te halen. Bij centrale diabetes insipidus is een tekort aan ADH de oorzaak, terwijl renale diabetes insipidus ontstaat door onvermogen van de ADH´s om bijbehorende receptoren te binden. Hierbij is een verhoogde urinehoeveelheid typisch.

Symptomen

De volgende symptomen kunnen zich uiten bij een vorm van diabetes bij de hond:

  • Toonaangevend symptoom: verhoogde hoeveelheid urine en meer drinken (polyurie, poludipsie
  • Gewichtsverlies ondanks verhoogde eetlust (polyfagie)
  • Lusteloosheid en vermoeid
  • Staar (cataract) met directe blindheid
  • Slechte vachtkwaliteit
  • Wonden genezen slecht
  • Diabetische ketoazidose (DKA): bij verkeerde therapie of niet ontdekte diabetes kan het zijn dat lichaamscellen niet meer voldoende suiker als energiebron ontvangen. Het gevolg is een overmatige productie van ketonen door splitsing van vetten. De verhoogde concentratie ketonen (ketose) leidt uiteindelijk tot een oververzuring van het bloed (acidose). De verschoven elektrolyten die daaruit voorkomen, kunnen leiden tot braken, zwakte en levensbedreigende toestanden.
mops zu dick

Diagnose

Ieder bezoek aan de dierenarts begint met een uitgebreid aantal vragen (anamnese). Die is voor de diagnose heel waardevol, aangezien belangrijke aanwijzingen, zoals meer wateropname of lusteloosheid een aanwijzing zijn voor diabetes bij de hond. Na de anamnese volgt een klinisch algemeen onderzoek, waarbij de algemene toestand van de hond wordt vastgesteld. Vervolgens doet de dierenarts een speciaal onderzoek. Daarvoor wordt bij de hond bloed afgenomen en urine opgevangen om belangrijke parameters, zoals de bloedsuikerspiegel, te verzamelen. Aangezien de bloedsuikerspiegel door bijvoorbeeld voer of stress sterk kan verschillen, is het raadzaam de fructosamine op te meten.

Dat zijn bepaalde eiwitten die als maatstaaf over een langere periode (1-3 weken) in de bloedsuikerspiegel gemeten kunnen worden. Als vermoed wordt dat er sprake is van een alvleesklierontsteking (pancreatitis) kunnen bovendien specifieke indicatoren zoals amylase en lipase gemeten worden. Een verhoogd suikergehalte, eiwitten, eventueel ketonen en een veranderde urinehoeveelheid versterken het vermoeden dat er sprake is van diabetes. Aangezien een hoge bloedsuikerspiegel kan leiden tot afzetting van suiker in de ogen, is het risico om staar te krijgen zeer groot. Daarom moet er altijd een bloeddrukmeting en een oogonderzoek plaatsvinden.

Om diabetes insipidus van diabetes mellitus te onderscheiden, kan een ADH-onderzoek plaatsvinden. Daarvoor wordt bij de hond ADH toegediend en daarna de verbetering van het wateropnameherstel gemeten. Is er sprake van een verbetering, dan duidt dat op centrale diabetes insipidus. Een andere methode is het zogenoemde dorstonderzoek. Daarvoor moet de hond na het legen van de blaas een aantal uur niet drinken. Daarna wordt de hoeveelheid opgebouwde urine gemeten. Als deze niet verlaagd is, is er sprake van diabetes insipidus.

Therapie

Naargelang de oorzaak zijn er verschillende succesvolle behandelingen die worden samengesteld:

Diabetes mellitus:

  • Dagelijks tweemaal insuline geven (kortwerkende, middellang werkende of langwerkende insuline)
  • Dieetmaatregelen: calorieënbehoefte berekenen, lager gehalte slecht verteerbare koolhydraten en vetten, hoger gehalte ruwe celstoffen
  • Regelmatig bewegen
  • Regelmatige controle van de bloedsuikerspiegel en andere parameters
  • DKA: directe infusies, electrolieten, insuline en toezicht door de dierenarts
  • Orale antidiabetica laten bij honden geen effect zien.

Diabetes insipidus:

  • Centrale vorm: toedienen van synthetische ADH
  • Renale vorm: behandeling van de onderliggende aandoening, reductie van de zoutopname.

Zwangerschapsdiabetes:

  • Tijdige castratie
  • Insulinetherapie, eventueel levenslang.

Prognose

De prognose van diabetes mellitus hangt af van complicaties en het succes van de therapie. Als de zieke hond goed onder controle is met insuline, dan is de prognose goed. Zijn er bij je hond complicaties en lastig reageert op insuline, dan kan een verminderde levenskwaliteit het gevolg zijn. De prognose van centrale diabetes insipidus in over het algemeen goed. De prognose van renale diabetes insipidus hangt af van de onderliggende aandoening.

Voorkomen

Diabetes bij de hond is nauwelijks te voorkomen. Een tijdige castratie bij teefjes, evenwichtige, gezonde voeding en regelmatig bewegen kunnen echter het risico verlagen.

Onze meest behulpzame artikelen

Loopsheid van het teefje

Ondanks het feit dat loopsheid van het teefje een heel normaal natuurlijk verschijnsel is, maken veel hondenbezitters zich zorgen over het vreemde gedrag van het teefje, ergeren ze zich aan vlekken op het nieuwe tapijt en vrezen ze voor een ongewenste zwangerschap. Hier ervaar je wat je over de loopsheid van jouw hond zou moeten weten en hoe je de periode waarin de hond loops is zonder stress kunt doorstaan. In dit artikel lees je alles over: Loopsheid van het teefje.

Giardia bij honden

Giardia zijn eencellige parasieten die de dunne darm van honden koloniseren en diarree en braken kunnen veroorzaken. Vooral bij puppy’s en honden met een zwak immuunsysteem kunnen er klachten ontstaan. Giardia van verschillende genotypen komen wereldwijd bij zoogdieren, mensen, vogels, amfibieën en reptielen voor. In dit artikel lees je meer over giardia bij honden.

Atopische dermatitis bij de hond

Een atopische dermatitis bij de hond wordt ook wel contactdermatitis en omgevingsallergie genoemd. Het gaat om een chronische ontsteking van de huid (dermatitis), die door contact met bepaalde allergenen (allergie-veroorzakende eiwitten) ontstaat. De allergische ziekte treedt meestal al op vroege leeftijd op, tussen ongeveer 8 maanden en 3 jaar.