26 juni 2018

Newfoundlander

Newfoundlander

Hij is sterk als een beer en zwemt als een vis: zijn verleden als werkhond, die vissers hielp hun netten en boten uit het water te trekken, kan de Newfoundlander niet verloochenen. Zijn kracht, uithoudingsvermogen, weersbestendigheid en zijn passie om te zwemmen bezit hij tot op de dag van vandaag, ook al is hij ondertussen wereldwijd een geliefde gezinshond.

Eigenschappen

De newfoundlander is een absolute lieverd: altijd kalm, rustig en zachtaardig. De goedmoedige blik in zijn trouwe donkere ogen verraad zijn goedaardige milde aard. Met deze eigenschappen is de milde reus de ideale gezinshond. Vooral met kinderen ontwikkelen de honden een bijzondere band. Het is niet alleen zijn speelsheid, maar ook zijn geduld waarvan kinderen onder de indruk zijn. Maar de hond hecht zich ook makkelijk aan de andere familieleden. Hij is een trouwe metgezel en heeft een nauwe band met zijn baasje nodig. Het liefts zou hij overal mee naartoe gaan. Hij geniet met volle teugen van liefdevolle knuffelmomenten. Ondanks zijn grootte en kracht is hij danzij zijn zachtaardige aard overal een graag geziene gast. Ook tegenover vreemde mensen is hij niet vijandig of agressief. De „beer“ onder de honden is geen aanvaller of bijter en ook blaffen doet hij maar zelden – per slot van rekening heeft hij dat met zijn imposante verschijning ook niet nodig. Als er echt gevaar dreigt, dan zou hij niet aarzelen om zijn baasje te beschermen en in geval van nood te verdedigen. De vredelievende newfoundlander is niet geschikt als waakhond. Toch is hij door zijn moed en zijn bekwaamheid in noodgevallen geschikt om uw hachje te beschermen en zelfstandig op te treden. In combinatie met zijn voorliefde voor water, die hij tot op de dag van vandaag bezit, is hij een geschikkte reddingshond, die vaak wordt ingezet voor waterwerk: het redden van mensen uit het water. In het water is de voormalige kust-hond helemaal in zijn element. Hij houdt van zwemmen en stort zich onbevreesd in de wildste stromen. Je kan met een Newfoundlander geen meertje passeren zonder een korte duik. Beweging in de frisse buitenlucht en veel mogelijkheden om te zwemmen zijn absoluut noodzakelijk voor de ondernemende hond. Hij kan met zijn "berenvel" zelfs tegen temperaturen onder het vriespunt, regen en wind. Zon vermijdt hij echter liever. In de zomer zoekt hij het liefste schaduwplekken op.

Uiterlijk

Door zijn dichte waterafstotende vacht met onderwol is zijn weerzin tegenover sterke zon en zijn liefde voor water niet verbazingwekkend. Door de vacht ziet zijn gespierde lichaam er nog massiever uit. De volgende kleurenvarianten zijn volgens FCI toegestaan: zwart, wit-zwart en bruin: de zwarte tint, die zo gelijk mogelijk moet zijn, is de meest gangbare. De wit-zwarte Newfoundlander is van historische betekenis voor het ras en heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van landseer. In de FCI-standaard van de newfoundlander wordt de voorkeur gegeven aan honden  met een zwart hoofd met een witte bles, een zwart zadel met gelijkmatige vlekken als ook een zwart kruis. De overige vacht moet wit zijn met niet al te veel vlekken.

De bruine tint, die in het geboorteland Canada niet aan de rassenstandaard voldoet, kan variëren van chocoladebruin tot een bijna bronze kastanjebruin. Witte vlekken op de borst, tenen en op het puntje van de staart zijn bij de zwarte en bruine honden toegestaan. Het fokken van Verdun-gekleurde honden is daarentegen ongewenst, omdat er bij deze variant het blauwe doberman syndroom voorkomt, waardoor ze last kunnen krijgen van haaruitval.

Alle kleurvarianten hebben lang en effe dekhaar (licht krullend haar is toegestaan) in combinatie met een sterke en zachte onderwol, die in de winter nog dikker is dan in de zomer. Bij het hoofd, de snuit en de oren is de vacht wat korter en fijner, terwijl de voor- en achterpoten als ook de staart bedekt zijn met lang dicht haar.

De newfounlander ziet eruit als een beer. Dat komt niet alleen door zijn vacht, maar ook door zijn indrukwekkende grootte. Bij volwassen reutjes ligt de schofthoogte gemiddeld bij 71 cm, volwassen teefjes zijn met 66 cm iets kleiner. Ook is hun lichaam meestal iets langer en daardoor minder massief dan bij de reutjes. Toch wegen de teefjes nog rond de 54 kilo. Bij reutjes ligt het gemiddelde gewicht bij 68 kilo.

Geschiedenis

Zelfs de voorouders van de newfoundlander vielen al op door hun kracht en uithoudingsvermogen. De hond komt oorspronkelijk uit Newfoundland. Daar heeft hij ook zijn naam aan te danken. De weersbestendige honden met hun imposante verschijning en hun voorliefde voor water hielpen de vissers en zeevaarders die daar leefden met hun dagelijkse werkzaamheden. Zelfs extreme weersomstandigheden zoals storm, sneeuw en ijzige kou deed de honden niks. De honden werden voor de kar gespannen en als waterhond hielpen ze bij het trekken van zware ladingen zoals bij het binnenslepen van vissersnetten en het slepen van vissersboten. Onvermoeibaar hielpen de krachtige waterliefhebbende honden in de kracthige stromingen en door hun inzet ook over de grens van newfoundland werden ze bekend onder de naam werkhond.

Het is niet precies duidelijk waar de wortels van dit ras liggen. Men vermoedt dat het ras is voortgekomen uit kruisingen van honden van de eerste Europese vissers en van de oerinwoners van Canada, de Micmac indianen. Het type dat geboren werd op Newfoundland vermengde zich met verschillende Europese honden, die zeevaarders en kolonisten uit Europa meebrachten. De dichte ondervacht van de newfoundlander pleit ervoor dat sleehonden, zoals de hond van de Innu en de Inuit, een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van het ras.

Er is inmiddels afstand genomen van de These dat ook de grote zwarte berenhond van de Vikingen zou hebben bijgedragen aan het onstaan van de newfoundlander.

In de 18e eeuw werden de zwart-witte (en zelden bruine) kruisingshonden, die uit kruisingen tussen honden van de inheemse bevolking en van Europese zeevaardes is ontstaan, voor het eerst „newfoundlander“ genoemd. Hun goede naam als werkhond en reddingshond waaide snel daarna over naar Europa en wekte in de 19e eeuw het interesse van de Engelse en Franse middenklassen en bovenklasse. De heroïsche legendes over de newfoundlander als waterreddingshond, waaraan menigeen zeevaarder zijn leven te danken heeft, heeft in Europa geleid tot de verspreiding van de newfoundlander als „luxe hond“.

Het indrukwekkende hondenras werd voor het eerst op een hondententoonstelling getoont in 1860 in het Britse Birmingham. 15 jaar later werd er door de Engelse kennelclub een fokboek bijgehouden. Weer elf jaar later (1886) werd in Engeland „The Newfoundland Club“ opgericht. Dit is een van de oudste hondenverenigingen en de eerste fokkersvereniging van de newfoundlander.

Fokkerij en gezondheid

Ondanks het feit dat Canada als oorsprongsland van de newfoundlander wordt gezien (wat trouwens niet onomstreden is) geldt Engeland tegenwoordig als oprichtings-land van dit edele hondenras, omdat hier de eerste rassenstandaard werd vastgeleg en er doelgericht newfoundlanders gefokt werden. In de FCI-standaard is de newfoundlander nummer 50 Groep 2 (Pinschers en Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden en veedrijvers), sectie 2.2 Molossers, Berghonden zonder werkproef.

Als je interesse hebt in een newfoundlander, moet je jezelf richten tot een serieuze fokker, wiens fokkerij voldoet aan de strenge richtlijnen van de FCI-standaard. Alleen dan kan gewaarborgd worden dat dit edele ras rein en gezond blijft.

Een omvangrijke gezondheidszorg door een dierenarts, het onderzoeken van de ouders, broers en zussen op mogelijke ziekten, het uitvoeren van alle aanbevolen vaccinaties, een op het dierafgestemde voeding zoals een goede socialisatie van de puppies zijn maar een paar van de opgaves, waarmee een professionele fokker zich bezig dient te houden bij het fokken van puppies. Dat men zo’n geteste en beschermde puppy niet voor een spotprijs te verkrijgen is, spreekt voor zich. Ondanks dat de prijs – afhankelijk van de fokker en diens besparingen – een beetje kan schommelen, moet je nog rekening houden met een prijs van 1.000 tot 1.500 euro voor een gezonde puppy met papieren te krijgen.

Het kan de moeite waard zijn om een bezoek aan het asiel te brengen, waar af en toe newfoundlanders afgegeven worden, omdat de oorspronkelijke bezitter zo’n grote hond niet kan houden.

Onder omstandigheden kan ook een kruising een goede keuze zijn. Bij kruisingen ziet men vaak meteen dat ze afstammen van de newfoundlander. In het beste geval erft een kruising de goedmoedige aard van de newfoundlander – zonder zijn aanleg voor bepaalde ziekten.

Ondanks de voorzorg van de fokker en dierenarts zijn sommige rasspecifieke ziekten niet helemaal te voorkomen. Net zoals bij andere grote en snelgroeiende hondenrassen hebben sommige Newfoundlanders gewrichtsproblemen, ter hoogte van de heup en ellebogen. Ook andere orthopedische ziekten zoals gescheurde kruisbanden, DMC (verdikking van de hartspier) en botkanker komen bij newfoundlanders vaak voor.

Ondanks het feit dat deze ziekten niet uitgesloten kunnen worden, kan men het risico op deze ziekte beperken door een serieuze fokker te kiezen en door het dier op de juiste manier te houden: met een goede verzorging en een op het dier afgestemde voeding.

Naast tips over de houding, de verzorging en de opvoeding zal de fokker je bij de aankoop van een jonge newfoundlander een voedingsschema voor puppies meegeven, waar je je in elk geval aan moet houden. Omdat het veranderen van het voedingspatroon problemen met de spijsvertering kan veroorzaken, moet dat stapsgewijs gebeuren. Bovendien zijn regelmatige bezoeken aan de dierenarts en het voltooien van alle vaccinaties noodzakelijk voor het houden van een gezonde viervoeter.

Houding en verzorging

In het algemeen gelden newfoundlanders als erg robuuste honden, die bij elk weer naar buiten kunnen – en willen. Regen, kou of wind maakt de beerachtige hond niets uit. Hij houdt maar in geringe mate van zon. Dit komt omdat hij gewend is aan het barre klimaat van de Canadese Atlantische kust, waar hij oorspronkelijk vandaan komt.

De dikke vacht van de hond beschermd hem tegen water en wind en heeft een uitgebreide verzorging nodig. Speciale borstels, waarmee het haar dagelijks gekamd zou moeten worden, mag in het huishouden van een newfounlander niet ontbreken. Kammen zijn echter af te raden, omdat deze ook gezonde haren eruit trekken. Dit kan verwondingen veroorzaken. Net als de vacht hebben de ogen en oren een regelmatige verzorging nodig, Om de tanden te poetsen zijn over het algemeen kauwsnacks voldoende.

Als koper moet je er bewust van zijn dat de verzorging van een grote harige viervoeter veel tijd en moeite kost. Mensen die veel waarde hechten aan hygiëne zijn slecht af met zo’n grote natuurliefhebber. Bij het houden van een newfoundlander moet er absoluut rekening worden gehouden met zijn behoefte aan veel beweging in de frisse buitenlucht en zijn passie voor zwemmen en water van elke soort. Een groot grondstuk in de natuur met een eigen tuin en in de buurt een meer waarin de hond kan zwemmen, is voor de newfoundlander een paradijs. De hond houdt van vrijheid en is dan ook niet geschikt om in de stad te houden. Het gaat de newfoundlander niet zo zeer om de lange wandelingen. Om gelukkig te zijn moet hij vaak de mogelijkheid hebben om te zwemmen. Je zou in elk geval uitstapjes naar een meer of in de zomer naar zee (in de buurt van een hondenstrand) moeten plannen.

De newfoundlander is daardoor een ideale hond voor actieve en ondernemende families, die hun hond deel laten uitmaken van elk „avontuur“. De liefde voor water staat bij de hond op een, maar op de tweede plaats staat zijn liefde voor zijn baasje.

Meest gelezen artikelen

Afghaanse Windhond

Al duizenden jaren geldt de Afghaanse Windhond in hun oorspronkelijke land van herkomst, Afghanistan, als kostbaarheid. Ook vandaag de dag zijn de langharige lopers voor veel hondenliefhebbers over de hele wereld iets bijzonders.

Cane Corso

Soeverein en gelaten – zo komt een evenwichtige Cane Corso Italiano over. Officieus is het uit Zuid-Italië afkomstige ras ook bekend onder de naam "Italiaanse Mastiff" of “Italiaanse Molosser”. Buiten Italië wordt het ras steeds bekender. Het ras is vooral geschikt voor sportieve baasjes met veel plaats en hondenervaring.

Shiba Inu

De pluizige vacht en de grootte maken van de Shiba Inu in eerste instantie een aantrekkelijke metgezel voor veel hondenliefhebbers. Maar het samenleven met de Japanse hond vereist kennis over hondenopvoeding. Je moet het ook leuk vinden om samen met je hond te bewegen.