Dwergpinscher

Dwergpinscher

Een Pinscher in kleinformaat? Vergis je niet! De Dwergpinscher is een ‘echt mannetje’. Wie op zoek is naar een leuk en gezellig schoothondje is bij de Dwergpinscher aan het verkeerde adres. Ondanks zijn grootte heeft de levendige familiehond een enorme drang naar sport en beweging en houdt zijn baasjes flink in beweging.

Verschijning

Qua uiterlijk is de Dwergpinscher de kleine tweelingbroer van de Duitse Pinscher, als het ware een mini-versie van de grotere Pinschers. Met een schofthoogte van 25 tot 30 cm is de mini-versie ongeveer 20 cm lager dan zijn ‘grote broer’ en met slechts 4-6 kilo lichaamsgewicht is hij zelfs ongeveer tien kilo lichter.

Net zoals de Duitse Pinscher toont de Dwergpinscher een vierkante lichaamsbouw, dat wil zeggen dat de lichaamshoogte en lengte ongeveer even lang zijn. Ook de lengte van de kop komt overeen met de lengte van de schoft tot aan de staartaanzet. De Dwergpinscher heeft een zeer gespierd en elegant lichaam, dat dankzij zijn korte, gladde haar bijzonder goed tot uiting komt. Zijn kop is sterk en langwerpig, zijn voorhoofd vlak en rimpelloos. De V-vormige oren staan hoog op zijn kop. Dwergpinschers zijn er zowel met rechtopstaande oren als met hangengde flaporen. De vouwlijn moet daarbij beginnen onder of maximaal ter hoogte van de schedel beginnen. De staart is natuurlijk, het fokdoel is een sabel- of sikkelvorm.

De strakke rimpelloze huid is bedenkt met dicht, kort haar en heeft geen kale plekken. Dankzij de gladde haarstructuur heeft de vacht een mooie glans. Dwergpinschers zijn er zowel in zwart-rood als in eenkleurig bruin. Bij de zwart-rode variant is zwart de basiskleur met bruin-rode accenten. De mogelijk donkere en scherp afgetekende accenten kunnen voorkomen boven de ogen, op de keel, op de voorpoten, aan de binnenkant van de achterpoten en onder de staartaanzet. Kenmerkend zijn ook de twee uniforme, scherp afgebakende driehoeken op de voorkant van de borst. Bij éénkleurige honden loopt de bruintint van de vacht van rood-bruin tot aan donkerrood-bruin. Vanwege zijn hert-rode vachtkleur wordt de Dwerpinscher ook wel Hertpinscher genoemd.

Dwergpinscher

Eigenschappen van de Dwergpinscher

Ten aanzien van de Duitse Pinscher wordt de Dwergpinscher in het Engels daarom Minipinscher of Miniature Pinscher genoemd. In tegenstelling tot andere kleine hondenrassen brengt de dwerggroei geen nadelen op het gebied van gezondheidsrisico’s met zich mee. Het lichaam van de Dwergpinscher zit vol met kracht en als je hem goed bekijkt, zie je snel hoe robuust en sportief het kleine mannetje in werkelijkheid is. Dwergpinschers zijn honden waar je van op aan kan, of het nu gaat om rijden, wandelen, klauteren, fietsen of joggen: de kleine, behendige en snelle honden zijn enthousiast over bijna alle sportieve activiteiten met hun baasjes. Het belangrijkste is dat ze bezig zijn!

De aanhankelijke dieren zijn niet graag alleen, het oude gezegde ‘Een Pinscher is niet graag alleen!’ is geen toeval. Dwergpinschers zijn erg gesteld op hun baasjes en volgen hen op de voet. Ze hebben het gebruikelijke gedrag van een ‘één-mans hond’. Al hun liefde is aan één persoon gericht. Dit betekent niet dat ze niet nauw verbonden kunnen zijn met de andere familieleden, niet gehoorzamen of niet willen wandelen met hen, maar het echte ‘complete’ gevoel heeft de Dwergpinscher alleen met haar naaste vertrouweling aan zijn zijde. In zijn in 1905 verschenen boek ‘De Duitse honden’ schreeft Richard Strebel over een Dwergpinscher, die rond het begin van de eeuw bij hem leefde: ‘Zijn karakter is bewonderenswaardig, hij erkent in het hele huis alleen mijn vrouw, ondanks dat wij hem allemaal vertroetelen en ons best doen om zijn liefde te winnen, is hij onomkoopbaar!’

Hoewel de Dwergpinscher over het algemeen als evenwichtig, speels en altijd goed gehumeurd geldt, tonen ze vandaag de dag ook nog de voornaamste waakinstincten van hun voorouders die de taak hadden om het huis en erf tegen indringers te beschermen. Vooral als het gaat om het welzijn van hun zo geliefde baasje toont de Dwergpinscher een lage drempel. Met een uitgebreide socialisatie als pups en een consequente opvoeding kun je voorkomen dat ze agressief gaan blaffen. Dwergpinschers tonen een uitgesproken bereidheid om te leren en zijn dankzij hun snelle aanpassingsvermogen goed op te voeden. De ruimte voor een flinke dosis nieuwsgierigheid en de mogelijkheid om zich tot op zekere hoogte vrij te ontwikkelen, moet men de waakzame viervoeter natuurlijk bieden. Een Dwergpinscher heeft duidelijk meer mogelijkheden tot vrijheid nodig dan andere hondenrassen van zijn grootte en wil daarnaast niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal uitgedaagd worden. Wanneer er met deze drang rekening gehouden wordt, bijvoorbeeld door middel van hondensport, wordt anders de naar nervositeit neigende Dwergpinscher een aangename en evenwichtige familiehond. Ook tegenover andere huisdieren, zoals katten of vogels, toont hij zich dan erg verdraaglijk. Loslopende muizen of katten die voor hem vluchten kunnen het aangeboren jachtinstinct van de Dwergpinscher herhaaldelijk ontwaken.

Geschiedenis

Met betrekking tot de geschiedenis van de Dwergpinscher is het uitgesproken waak- en jachtinstinct niet verwonderlijk. Honden van het type Pinscher stammen af van de Spitshonden, die zich vele duizenden jaren geleden aansloten bij de mensen. De schedel en botten tonen bevindingen dat dit ‘prototype hond’ al in de Steentijd nederzettingen tegen knaagdieren en ander ongedierte bewaakte. Eind 19e eeuw was de Pinscher op bijna elke boerderij te vinden. De viervoeters waren zeer populair onder boeren als gevolg van hun waakzaamheid en door hun vaardigheden in de jacht op ratten en muizen. Zelfs een overlevingsexpert zoals de rat ontsnapt nauwelijks aan de attente natuur en de wendbare en behendige poten van de Pinscher.

Gladde en ruw-harige Pinschers, die tegenwoordig bekend staan als Schnauzers, behoorden vroeger nog tot hetzelfde ras, evenals de geschiedenis van de vandaag de dag nog steeds bestaande ‘Pinscher-Schnauzer-clubs’ uit 1895. Pas aan het begin van de 20e eeuw begon de clubstichter Joseph Berta het fokken op ruw- en gladharige Pinschers te scheiden. Het zuiver fokken van de Dwergpinscher begon vroeg in dit verband en zo scheidde de Dwergpinscher zich snel af van zijn grotere soortgenoten. In tegenstelling tot de Duitse Pinscher werd de Dwergpinscher al snel een populair huisdier. Al in het begin van de eeuw werd het dier al in grote aantallen gehouden in particuliere huishoudens. Het stamboek van de Pinscher-Schnauzer-Club uit 1925 had al 1.300 inzendingen. Vooral de dames uit het hogere segment lieten zich graag vergezellen door het elegante hondje. In 1937 beschreef Felix Spoel de populaire hond met de woorden: ‘’Hij heeft maar weinig ruimte en zorg nodig, kan zeer bescheiden en welgemanierd zijn en is sexy en elegant, zelfs een klein beetje ondeugend. Met zijn strakke poten, zijn korte, gladde vacht kan hij veilig in de buurt komen van de meest elegant gestoffeerde meubels […].’’

Als één van de eerste fokkers herkende Joseph Berta echter dat het beeld van het eenvoudige ‘schoothondje’ niet gerechtvaardigd was bij de Dwergpinscher. Berta was van zo onder de indruk van zijn eigen Dwerpinscher dat hij meldde: ‘’Ik heb veel dappere honden gehad en sommige hebben een gedenkwaardig aandenken gemaakt in mijn huis, maar Max is de beste, meest intelligente, meest aangename en meest nuttige huisgenoot die ik ook gehad heb!’’ Met zijn lof motiveerde Berta andere hondenfokkers om zich te richten tot dit bijzondere ras. Berta en zijn collega’s waren degenen die het miniatuur uiteindelijk gemaakt hebben tot wat het nu is: een onmiskenbare hond met een goed karakter, scherp temperament, goede gezondheid en een trotse schoonheid.

Dwergpinscher

Fokken en gezondheid

Als een van de meest bekende fokkers van de gezonde en elegante Dwergpinscher moet Ernst Kniss-Leipzig genoemd worden, die als oprichter van de Dwergpinscher kennel ‘vom Klein Paris’, met zijn honden ‘Champion Wichtel’, ‘Ulrich’, ‘Dirndl’, ‘Heinerle’ en ‘Gretel von Klein-Paris’ aanzienlijk heeft bijgedragen aan de realisatie van het fokdoel.

Onder gerenommeerd fokken, wat de rasstandaard en de gezondheid van de Dwerpinscher beschrijft, valt ook het lidmaatschap van de Scnauzer-Pinscher Club. De gezonde ontwikkeling van het ras moet altijd op de eerste plaats staan. Ziekten die vaak voorkomen bij kleine honden zijn bij Dwergpinschers anders. Integendeel, Dwergpinschers worden beschouwd als zeer vitale en gezonde honden. Ze hebben in dit opzicht niets gemeen met de zogenaamde ‘Mini-Dwergpinschers’ of de ‘Praagse Ratten’ die overdreven klein en teer gefokt worden en daarom extra kwetsbaar zijn voor ziekten. Deze kleine honden, die soms uitgegroeid slechts twee kilo wegen, komen meestal uit de massa-fokkerij en zijn niet erkend door de FCI.

Naast de naam Dwergpinscher hebben de ‘Mini-Dwergpinschers’ hooguit hun koude gevoeligheid gemeen. Vooral de dunne oren zijn een bijzonder risico voor het lijden aan bevriezing. Bij zeer lage temperaturen is het beter voor de Dwergpinscher om als bescherming een hondenjasje te dragen.

Bij het kiezen van een geschikte Dwergpinscher-fokker moet je goed  controleren of er gefokt wordt volgens de voorgeschreven rasstandaard van de FCI. Om overtuigd te raken van de serieusheid van de fokker moet je in staat zijn om hem thuis te bezoeken, en het nest in hun natuurlijke leefomgeving kunnen leren kennen, zowel het moederdier als de welpen. Bij een dergelijk bezoek aan de fokker zal hij je meer gedetailleerde informatie geven over de eigenschappen van het ras en kan hij je veel waardevolle tips geven over onderwijs en voeding. Natuurlijk zal hij ook informeren naar jouw leefomstandigheden. Alleen zo kan hij controleren of een van zijn Dwergpinschers in goede handen is bij jou. Een serieuze fokker is er op gebrand om zijn puppy’s te verkopen aan een geschikte houder en niet om zo snel mogelijk af te komen van zijn puppy’s.

Dwergpinscher voeding

Ongeacht het ras, alle honden hebben een vleesrijk dieet met weinig graan nodig. Hondenvoer moet geselecteerd worden op basis van het gewicht, de leeftijd en de kenmerken van jouw huisdier. Vraag in geval van twijfel advies aan jouw dierenarts.

Dwergpinscher

Opvoeding en houding

Wanneer je bezig bent met de koop van een Dwergpinscher moet je ervan bewust zijn dat, hoewel het een kleine hond is, deze hond niet minder aandacht en uitloop nodig heeft dan zijn grotere soortgenoten.

Dwergpinschers zijn erg aanhankelijke honden die veel contact met hun baasjes nodig hebben. Fulltime professionals die hun huisdieren veel alleen moeten laten zijn dus niet geschikt. Het meest geschikt zijn sportieve, enthousiaste mensen die de tijd hebben en die graag vaker dan de gebruikelijke wandelingen willen wandelen met hun viervoeters. Ondanks hun grootte is de Dwergpinscher een uitstekende metgezel voor diverse recreatieve activiteiten zoals paardrijden, wandelen, klimmen, joggen of fietsen. Ook in hondensport, zoals behendigheid, is de snelle en behendige hond in zijn element. De baasjes van de Dwergpinscher moeten hun tijd niet alleen in gezamelijke sporten steken, maar ook in een consequente opvoeding. Bij een hondenschool leert de Dwergpinscher om zijn korte lontje in bedwang te houden en om rustig te reageren ondanks zijn aangeboren controle drift. Idealiter begint deze socialisatie als het nog een puppy is. Omdat de Dwergpinscher pups veel zorg, aandacht en opvoeding nodig hebben zijn ze niet geschikt voor gezinnen met kinderen jonger dan drie jaar.

Voor een goede opvoeding en socialisering is sporten met jouw viervoetige vriend natuurlijk van essentieel belang, omdat de honden buiten genoeg beweging krijgen, kunnen ze thuis soms zelfs rustig liggen en zich ontspannen. Wanneer er voldoende fysieke en mentale uitdagingen gegarandeerd zijn kan een Dwergpinscher vanwege zijn grootte goed aarden in een woning. Afgezien van hun uitgebreide sport- en opvoedingsactiviteiten is de lichamelijke verzorging van de Dwergpinschers heel simpel. De korte vacht hoeft zelden geborsteld te worden. Om vuil van buitenaf te verwijderen voldoet kort afvegen met een vochtige doek meestal.

Dwergpinschers hebben dus mensen nodig die hun opgewekte temperament kunnen waarderen en de zin en tijd hebben om zich compleet aan hen te wijten. Als dank brengen de Dwergpinscher gegarandeert levendigheid en een goed humeur in huis. Hun baasjes kunnen zich verheugen op een trouwe metgezel, die altijd in de stemming is voor spelletjes en nooit bewust van jouw zijde zal wijken.

Onze meest behulpzame artikelen

Cane Corso

Soeverein en gelaten – zo komt een evenwichtige Cane Corso Italiano over. Officieus is het uit Zuid-Italië afkomstige ras ook bekend onder de naam "Italiaanse Mastiff" of “Italiaanse Molosser”. Buiten Italië wordt het ras steeds bekender. Het ras is vooral geschikt voor sportieve baasjes met veel plaats en hondenervaring.

Mopshond

„Multum in parvo“ – de bekende Latijnse uitdrukking beschrijft de mopshond doeltreffend. Want in zijn kleine lichaam zit „veel hond“. Met zijn onvergelijkbare charme en humor in combinatie met intelligente en diepte zorgt de mopshond voor amusement in het alledaagse leven van zijn baasje.

Cavalier King Charles Spaniël

Een erg opvallend kenmerk onderscheidt de Cavalier King Charles Spaniël van de King Charles Spaniël: zijn neuslengte. Beide rassen zijn vernoemd naar de koningen Charles I en Charles II, die grote Spaniëlvrienden waren. Tot op de dag van vandaag heeft de Cavalier King Charles Spaniël niks van zijn oorspronkelijke charme verloren.