Somali

Somali

Je houdt van de Abessijnse kat, maar je hebt liever dezelfde kat met een halflange of lange vacht? Dan zal je de Somalische kat, oftewel Somali, bevallen!

Uiterlijk

De Somalische kat is een variant van de Abbesijn met een halflange vacht. Afgezien van de vachtlengte zijn er geen verschillen met de Abbesijn, de rasstandaard van de Somali komt overeen met de Abessijn.

Hoewel de Abessijn vaak als miniatuur Puma wordt omschreven, geldt de Somali als iets meer ‘plucheachtig’ dan haar zusterras. Toch delen ze dezelfde rasstandaard. Net als de Abessijn is de Somali een vrij slanke, middelgrote kat met lange poten: vrouwtjes wegen tot zo’n 4 kilogram, mannetjes kunnen tot zo’n 5 kilogram wegen. Zoals zoveel Oosterse kattenrassen hebben de Somali lange poten: de poten van de atletische dieren eindigen in kleine, ovale poten met een eenkleurige voetzool. De staart heeft een brede aanloop en is flink behaard, de hals wordt als ‘sierlijk’ omschreven.

De kop van de Somali valt door zijn grote, open ogen en oren op, die de kat een attente indruk geven. De amber, licht bruine of groene ogen zijn groot en amandelvorming, een omranding is daarom ook een graag geziene toevoeging. De vorm van de kop zelf is wigvormig met een zachte contour.

De halflange vacht van de Somali heeft weinig ondervacht en is daarom uiterst fijn. Hij is zacht, en bij voorkeur met een goed ontwikkelde plooi. Bij de schouders kan de vacht iets korter zijn. Net zoals de Abessijn heeft de Somali vaak donkere strepen op zijn rug. Dit begint tussen de schouders en eindigt bij het puntje van de staart. Een zogenaamde donkere ‘bodem streep’ is vaak te vinden op de achterpoten tot aan de hiel.

Opvallend is de kleur van de Somali, de zogenaamde ‘thicking’. Dit betekent dat elke individuele haar over het algemeen twee, soms zelfs drie of vier keer gestreept is, terwijl de haarpunten altijd de donkerste kleur toont. Interessant is dat alleen het haar op bepaalde gebieden van het lichaam ‘aangevinkt’ is, vooral het hoofd, de rug, de staart en de buitenkant van de benen. Daarentegen zijn de onderkant van de buik, borst en de binnenkant van de poten gelijkmatig gekleurd in de respectievelijke primaire kleur.

De uiteindelijke kleur van de vacht van de Somali en de Abessijn is in de eerste twee jaar nog niet zichtbaar, maar in de zesde levensweek vertonen zich al aanwijzigingen. Daarna toont de vacht van de Somali een gelijkmatig patroon en is vergelijkbaar met de kleuring van een wild konijn. In vaktaal spreekt men van het zogenaamde ‘Agouti-effect’.

Kleuren

Bij zowel de Abessijn als de Somali worden volgens de rasstandaard alleen kleuren geaccepteerd op basis van eumelanine. Dit pigment zorgt voor een sterke lichtabsorptie en donkere pigmentvlekken, in het fokken hebben dus vier soorten kleuren de overhand: wildkleur, blauw, kaneel en fawn.

Wildkleur: De orginele kleur van de Somali verschijnt als warm bruin, de basiskleur is als een donkere abrikoos tot een oranje kleur met een zwarte ticking. Alle andere kleuren zijn gebaseerd op de wildkleur. Dit wordt afhankelijk van de taal als ruddy, usual, tawny en lièvre genoemd.

Blauw: De vachtnaam ‘blauw’ betekent niet alleen de kleur blauw, maar beschrijft verschillende, intensieve tinten in de kleuren blauw-grijs. In feite is ‘blauw’ de verdunning van de wildkleur, veroorzaakt door de mutatie van een gen dat verantwoordelijk is voor de intensiteit van de kleuring. Somali katten in blauw tonen een warme blauw-grijze kleur, de individuele haren tonen een donker staalblauw-grijze ticking.

Sorrel: Somali katten met een warme, kaneel-rode kleur en chocholade bruine ticking worden als ‘sorrel’ beschreven, af en toe ook als kaneel of rood. Daarbij is ‘sorrel’ niet verwisselbaar met het daadwerkelijke rood. Sorrel ontstaat door mutaties van het gen van de kleur zwart.

Fawn: ‘Fawn’ is de verdunde vorm van ‘sorrel’. Somali katten met de kleur ‘fawn’ hebben een lichte, crèmekleurige basiskleur met een warme, ook crèmekleurige ticking. Het neusleer is roze.

Er zijn ook Somali katten in andere, nog niet door rasverenigingen erkende kleuren. Daartoe behoren chocolade en de verdunning daarvan: lila.

Karakter

Als Oosterse kat geldt de Somali als een levendig en intelligent kattenras. Ze is bijzonder nieuwsgierig, volgt haar baasjes graag op de voet en doet overal aan mee. Hun aangeboren nieuwsgierigheid laat zich ook gelden in spelletjes en intelligente spelletjes in het bijzonder worden op prijs gesteld.

Vanwege hun hoge bewegingsdrang zijn ze minder geschikt voor het leven puur binnenshuis. Dit geldt met name als er geen andere kat in het huishouden woont… De Somali en Abessijn zijn sociale dieren en moeten daarom nooit alleen gehouden worden. Ze passen zich goed aan mensen aan en zijn volledig betrokken, maar alleen een andere kat is een volwaardig gezelschap… Bij het zoeken naar het perfecte gezelschap moet je er rekening mee houden dat de Somali een dominante kat is. Katten uit hetzelfde nest zijn sinds jonge leeftijd bij elkaar en zijn vaak geschikt voor het samenleven in een perfect team!

Geschiedenis

Het langharige gen komt voor bij veel kortharige rassen, maar het wordt vaak onopvallend geërfd, hierdoor ontstaan er bij het fokken van de Abessijn ook altijd langharige katten. Dit waren de voorouders van het later onstane ras ‘Somali’. Werden ze eerst als ongeschikt voor de fok beschouwd, werden ze later, vooral in de VS, gericht gefokt sinds 1967. Om het nieuwe ras van de Abessijnen te onderscheiden werden ze ‘Somali’ genoemd – vernoemd naar Somalië, het buurland van Ethiopië (voorheen Abessinië).

Deze naamgeving is meer dan interessant, de Abessijn komt ten slotte niet zoals de naam doet vermoeden uit het huidgie Ethiopië (voorheen bekend als Abessinië). Ook toegeschreven aan de mythe is de bewering dat de Abessijnse katten afstammelingen waren van mensen die in het faraonische Egypte aangeboden werden als goddelijke katten. In feite zou de Abessijn, het zusterras van de Somali, uit Zuidoost-Azië stammen. Aanwijzingen hiervoor worden gegeven in de genetica van de Abessijn: een alleen bij dit kattenras optredende mutatie van het tabby-gen, genaamd ‘Abessijn-tabby’. Kattenfoto’s uit een Engels kattenblad van de 19e eeuw tonen katten die vergelijkbaar zijn met de Abessijn, daar worden ze aangeduidt als ‘Aziatische katten’. Men vermoedt dat de ‘getickte’, wildkleurige kat door Engelse handelaren naar het Midden-Oosten, Oost-Afrika en Europa gebracht is.

Het moderne ras van de Abessijn, en met hen de Somali, begon in de 19e eeuw in Engeland. Een daar getoonde kat ‘uit Abessinië’ wekte door zijn opvallende ‘agouti’ kleuring veel aandacht. Waarschijnlijk ging de kat met Britse troepen, die in 1868 Oost-Afrika verlieten, mee naar Engeland. In 1871 werd een ‘Abessijnse kat’ geïntroduceerd in het Crystal Palace in Engeland. In 1882 werd het ras officieel erkend. Harrison Fair, de toenmalige voorzitter van de Britisch National Cat Club, zou de rasstandaard van de Abessijn zelf ingesteld hebben. Kort daarna belandde het toen relatief jonge ras ook in de VS. In 1911 werd het fokken van de Abessijn in de VS officeel toegestaan door de Cat Fanciers’ Association (C. F. A.). In 1933 werd de eerste Abessijn in Nederland geregistreerd.

Door de beide wereldoorlogen is het aantal Abessijnse katten sterk gedaald, een lot dat ook andere kattenrassen overkwam. Bij de Abessijn komt een lage nestgrootte voor: statistisch gezien bestaan de meeste nesten uit 1 tot 4 kittens, in de meeste gevallen worden er zelfs maar twee kittens geboren. In de jaren ’60 leidde een katachtige leukemie-epidemie tot een verdere uitdunning van het ras. Sinds de jaren ’70 lijkt het bestand van de Abessijn stabiel, maar lijkt het nog lang niet op die van de beter bekende rassen.

Sinds de jaren ’50 verschenen er herhaaldelijk langharige Abessijnen in nesten, voornamelijk in Engeland. Het is nog niet duidelijk hoe het langharige gen in de genpool van het ras is gekomen. Men vermoedt kruisingen met vreemde rassen na de tekorten van de twee wereldoorlogen, of een onafhankelijke mutatie. Om het probleem te verduidelijken werd onder leiding van de Somali Cat Club of America in de jaren ’70 onderzoek gedaan naar alle bekende stambomen van Somalische katten. Opvallend was dat alle stambomen terug te voeren waren op een enkele Abessijnse fokkat. Deze oorspronkelijk uit Engeland stammende kat werd verkocht in de Verenigde Staten en had duidelijk aanleg voor een lange vacht, die hij doorgaf aan zijn nakomelingen…

Uit verder gericht fokken van de langharige dieren ontstond de Somali kat. In de jaren ’60 begonnen fokkers dit ras gericht te fokken. In 1972 werd het eerste officiële Somali nest geboren in de Verenigde Staten, in 1979 werd het ras officieel erkend in de Verenigde Staten door de oprichting van de Somali Cat Club of America (SCCA). In 1979 werd de Somali Cat Society opgericht als overkoepelende organisatie voor alle rasverenigingen van de Somali. In 1982 volgde ook de grootste Europese vereniging. De Somali wordt volgens de rasstandaard alleen puur gekruisd, de enige uitzondering is de Abessijn als mogelijke kruisingspartner. De uit deze kruising voortkomende kittens worden ‘Abessijn-variant’ genoemd, dit zijn Abessijnse katten met het recessieve gen voor een lange vacht. Omdat er in de Abessijn-fok geen langharige dieren gewenst zijn, wordt de Abessijn-variant voornamelijk gebruikt bij de Somali-fok.

Het fokken van de Somali kat wordt in overeenstemming met de rasstandaard van de regelgevende instantie gedaan: voor de Europese regio is de Fédération Internationale Féline (FIFé), in de VS zijn de Cat Franciers’ Association en The International Cat Association de grootste overkoepelende organisaties. De rasstandaard verschilt echter enigzins bij de grote nationale en internationale organisaties.

Gezondheid

De Somali wordt als ongecompliceerd ras beschouwd, het vereist bijna geen ras-specifieke zorg. De halflange vacht is weinig onderhoudsintensief, je moet alleen één keer per week de vacht kammen en borstelen als gevolg van de zeer lange ondervacht.

Hoogwaardig kattenvoer met veel gezonde eiwitten is de beste gezondheidszorg. Je geld is hieraan goed besteed! Katten kunnen slechts een gering aantal koolhydraten verwerken, als vleeseter halen ze de benodigde voedingsstoffen en eiwitten uit hoogwaardige vlees.

Natuurlijk is ook de jaarlijke controle bij de dierenarts een must, vooral wanneer jouw speelse Somali veel vrijheid geniet. Hier kun je eventuele gezondheidsproblemen bespreken en advies vragen over benodigde vaccinaties en ongedierte preventie.

Ondanks hun relatief beperkte groei en het daardoor niet plaatsvinden van ‘over fokken’ heeft de Somali net als zijn zusterras een aanleg voor bepaalde ziekten. Daartoe behoort ook ‘neonatale isoerythrolysis’. Bij bepaalde combinaties van de drie voorkomende bloedgroepen A, B en AB komt het tot bloedgroepincompatibiliteit tussen de moederkat en haar kittens. Dit wordt veroorzaakt door vorige kruisingen van een kater met bloedgroep A en een vrouwelijke kat met bloedgroep B. Na de bevalling nemen de kittens door moedermelk antilichamen tegen bloedgroep B op, dit leidt tot overmatige afscheiding van de stof hemoglobin en tot acute bloedarmoede. Een acute FNI is altijd fataal. FNI is te voorkomen, mits de fokker de bloedgroepen van zijn katten kent en verstandig kruist.

Progessieve retinale atrofie komt ook vaak voor bij Abessijn en Somali katten. Nachtblindheid kan daar het eerste symptoom van zijn, het netvlies van het oog wordt vernietigd door lokale metabole stoornissen in het weefsel. Bij de degeneratieve vorm, die recessief geërfd wordt, treden zichtstoornissen vanaf het tweede levensjaar op, het begin van de ziekte is tot zes jaar mogelijk. Voor fokdieren is daarom een regelmatig onderzoek van een adequate dierenarts verplicht! Deze dienen tot het zesde levensjaar plaats te vinden. De ontwikkeling van DNA-onderzoek is nog aan de gang.

Somali katten worden vaak als kwetsbaar beschouwd voor een tekort aan Pyruvaat kinase in de rode bloedcellen, wat tot bloedarmoede leidt als gevolg van een verkorte levensduur van rode bloedcellen. Hoewel bloedtransfusies levensreddend kunnen zijn is er geen remedie tegen een tekort aan Pyruvaat kinase. De ziekte wordt recessief geërfd. Fokdieren leiden zelf niet aan een tekort aan Pyruvaat kinase, maar bij de kruising van twee gendragers komt het tot een tekort van de levensbelangrijke Pyruvaat kinase.

Fokken

Erfelijke ziekten, zoals de herhaaldelijk hierboven beschreven, benadrukken hoe belangrijk doordacht, verantwoord fokken is. Een fokker, die vanuit zijn naam de gezondheid van de dieren en hun nakomelingen waarborgt, neemt verantwoordelijkheid. Hij laat zijn katten regelmatig op erfelijke ziekten zoals progressieve retinale atrofie onderzoeken, kruist verstandig om neonatale isoerythrolysis te vermijden en geeft zijn kittens in goede handen weg – vaak met een beschermcontract. De kopers van zijn kittens staat hij in de eerste weken en maanden met raad en daad bij en overhandigt ze de vaccinatie- en onderzoeksdocumenten. Dat alles kost tijd en geld: hoogwaardig kattenvoer voor zowel moeder als kittens, kosten van de dierenarts, vaccinaties, eventuele ontwormingen en het lidmaatschap van een rasvereniging stapelen zich op. Alle uren die een fokker aan zijn dieren besteedt zijn hierin niet meegenomen.

En dat alles heeft natuurlijk een prijs… De Abessijn is een zeer zeldzaam kattenras, haar halflangharige variant, de Somali, is nog zeldzamer. Een huisdier kost al snel 700 euro, een fokkat kost vanzelfsprekend meer.

Wanneer men meer dan één kat een nieuw thuis wil geven, moeten liefhebbers van de Somali kat dus een hoge prijs betalen voordat ze één of twee katten mee naar huis kunnen nemen.

Een alternatief hiervoor zijn voor de fok uitgesloten katten, deze worden vaak voor een vriendschappelijke prijs aangeboden aan ervaren kattenvrienden. Ook het asiel is een goede plek! Hier zoeken veel katten met zowel een lange als korte vacht naar een goed, nieuw thuis, misschien zelfs wel jouw droomkat…

Wij wensen je veel plezier met jouw Somali kat!

Onze meest behulpzame artikelen

Britse Korthaar

Ben je op zoek naar een kat, die uw familie met zijn rustige en evenwichtige karakter perfect aanvult en die geschikt is voor het leven in huis? Dan is de kans aanwezig dat je het ras ‘Britse Korthaar’ aanbevolen krijgt. De pluche vacht en de grote ogen van de Britse Korthaar kan bijna geen kattenvriend weerstaan. Daarnaast is ook het karakter van de Britse Korthaar makkelijk lief te hebben. Maar wat moet je nog meer weten? Ons rasrapport stelt je gedetailleerd voor aan de Britse Korthaar en biedt je tips voor de aankoop, de voeding en de verzorging.

Ragdoll

Een kat die lijkt op een lappenpop? Helemaal niet! De Ragdoll is een kattenras voor vrienden van de Siamese, Colourpoint en andere Point-katten. Daarbij overtuigen deze vriendelijke reuzen je niet alleen door middel van hun wonderschone vacht, hun buitengewone kleuren en heldere blauwe ogen…

Blauwe Rus

Op het eerste gezicht toont de ‘Blauw Rus’ gelijkenissen met de Kartuizer of de blauw-grijze Britse Korthaar. Wie goed kijkt ziet echter dat deze rassen onder geen beding te verwarren zijn!